Le Refuge

Na ons bezoek aan ’t Klein Genoegen (zie vorige post) wordt de avond in dezelfde stijl verder gezet: Le Refuge. Deze trendy bar heeft duidelijk zijn publiek gevonden: de keet is tsjokvol. Deze bar combineert een lounge stijl zoals zetels, kandelaars, kroonluchter met de ruimte en de beats van een danscafé. Mocht het iets groter zijn zou het van mij zelfs de titel van ‘club’ verdienen. Het volk is er in ieder geval al club-like, zonder dat de prijzen de pan uit swingen.

Vlot personeel zorgt voor bestellingen, zodat je niet telkens naar de bar hoeft om iets te bestellen. De DJ weet het publiek op gang te krijgen én te houden zonder te vervallen in marginaliteit of foute toestanden.

Een van de beste gelegenheden die ik de voorbije maanden zag. De volgende keer dat ik in Hasselt ben, ga ik er zeker terug heen!

De kroonluchter!

Kandelaar

Le Refuge
Persoonstraat 40
3500 Hasselt
Bezocht op: 27/11/2010
Beoordeling: WWWW

Geplaatst in Bars, Hasselt | Getagged , , , | Een reactie plaatsen

’t Kleine Genoegen

Restaurant ” ’t Kleine Genoegen” is duidelijk een druk bezochte plek: we willen op een zaterdagavond een tafeltje voor 4 personen. We hebben beet, maar enkel omdat een ander gezelschap op het laatste moment annuleerde. Het restaurant is inderdaad vrij klein, maar heel gezellig. De knetterende open haard verspreidt een gezellige warmte op deze ijskoude winterdag.

Het gezelschap besluit zich te laten verrassen door het verrassingsmenu. Ik ben normaal niet zo’n fan van een mystery-concept, maar dat wordt hier meteen goed gemaakt door de vraag: ‘zijn er zaken die jullie zeker niet willen eten?’. Ik vermeld mijn aversie voor zeevruchten. En daar wordt inderdaad doorheen het hele menu rekening mee gehouden. Deze klantgerichtheid blijven we trouwens gedurende ons bezoek ervaren: er worden allerlei suggesties gedaan, zonder iets op te dringen.

De aperitiefhapjes

We nemen een aperitief maison en krijgen daarbij eendenleverpaté met een sausje van groene appel. De chef toont zijn creativiteit door af te werken met een caviaar van rode biet. De combinatie van een oerdegelijk product als ganzenlever met de ‘El Bulli’-achtige caviaar van rode biet is zeer geslaagd.

Eerste gerechtje

De rest van het gezelschap krijgt een ‘scheermesje’, maar ik krijg een zalm met zeewier en een zalf van pompoen. Daarna volgt een soep van kastanje (helaas geen foto)

Na de soep krijgen we een stukje vis.

Het hoofdgerecht

Als hoofdgerecht krijgen we een hazenrug filet, amandelkroketjes, rode biet en knolselder. De smaken gaan perfect samen, de ingrediënten zijn allemaal van topkwaliteit en de chef overstijgt het klassieke van dit gerecht door opnieuw met El Bulli-like technieken te werken.

Het dessert

Het dessert wordt ons voorgesteld als een symfonie van smaken. En dat is het ook! Men zegt wel eens dat je de kwaliteit van een restaurant kan afmeten aan de hand van het dessert. Dit dessert is een van de beste die in de voorbije maanden gegeten heb: een bolletje ijs met kaviaar van koffie (daar is El Bulli weer), donuts van groene appel (El Bulli, 2), chocolade, hazelnoot, kastanje… Zoals gezegd: een heerlijke symfonie van smaken die Bach jaloers zouden maken!

We mochten van dit alles genieten voor 52€. Wie in Hasselt is en wil verrast worden door een mix van klassieke keuken en de nieuwe keuken is bij ’t Klein Genoegen aan het juiste adres, want mijn genoegen over deze zaak was groot.

’t Kleine Genoegen
Raamstraat 3
3500 Hasselt
Gegeten op: 27/11/2010
Beoordeling: WWWW

Geplaatst in Hasselt | Getagged , , | Een reactie plaatsen

I Latini

De volgende in de rij Italianen: I Latini. I Latini is gelegen in de schaduw van de Sint-Katelijne kerk in het centrum van Brussel. I Latini geeft een eenvoudige Italiaanse keuken (pasta, pizza, cannelloni, …) maar dan wel volledig  afgewerkt en tegen een heel behoorlijke prijs. Hun menu ‘Italianissimo’ is een heel voordelige keuze: voor 28,80 heb je een eenvoudig voorgerecht, een hoofdgerecht en een dessert. Voor een pizza betaal je 11,50 of 12,50. Het interieur en bediening zijn merkelijk beter dan die van de doorsnee pizza/pasta Italiaan en de prijzen liggen in dezelfde range. De wijnkaart is behoorlijk uitgebreid en biedt wijnen in alle prijsklassen. Wie een eenvoudige Italiaan zoekt in centrum Brussel, komt bij I Latini zeker niet bedrogen uit.

Napolitaanse Pizza bij I Latini

I Latini
Sint-Katelijneplein 2
1000 Brussel
Gegeten op: 15/11/2010
Beoordeling: WWW

Geplaatst in Brussel | Getagged , , , | Een reactie plaatsen

Per Bacco

‘Per Bacco’ – ‘Oh my God!’ in het Italiaans – is een osteria die medio 2006 in de Sint-Jacobsnieuwstraat opende. Het concept is een winkel en restaurant bij elkaar, niet echt courant in Vlaanderen. De bijwerkingen daarvan (bv een koeltoog in het ‘restaurant’) zijn wat storend voor wie een gezellig dineetje verwacht. De inrichting en met meubilair zijn heel (te?) eenvoudig, de bediening is hartelijk Italiaans vriendelijk. Het eigenzinnige concept is dan ook in trek bij het ‘alternatief publiek’, het de favoriete stek van onder meer Felix van Groeningen. De kaart is beperkt gehouden, met keuze uit slechts enkele hoofdgerechten.

Als voorgerecht neem ik een bord ‘artisanale vleeswaren’. Ik krijg inderdaad een bord met het beste van de Italiaanse charcuterie, maar zonder veel afwerking. Als hoofdgerecht neem ik zeebaars, alle ingrediënten zijn van uitstekende kwaliteit maar missen wat afwerking en originaliteit.

Bij per Bacco zijn de producten van topkwaliteit, maar het mist wat verfijning, wat voor die prijs toch zou mogen…

Per Bacco
Sint-Jacobsnieuwstraat 56
9000 Gent
Gegeten op 13/11/2010
Beoordeling: WW

Geplaatst in Gent, Resto | Getagged , , , | Een reactie plaatsen

Cospaia

Vrijdagavond landde ik in de Cospaia. Cospaia is een pareltje van ‘trendy’ architectuur in de al even trendy wijk van Toison D’or – Louisa. Je struikelt er over de diplomaten en de expats die in alle mogelijke talen of gebroken Engels converseren. Het interieur heeft als thema een ‘mysterieuze gesluierde vrouw’ en is een van de meest indrukwekkende interieurs die ik al gezien heb. ‘Cospaia’ is trouwens een gehucht in het Italiaanse Perugia, maar in de keuken is van de Italiaanse roots weinig te merken.

Als voorgerecht neem ik een Sushi&Sashimi van Tonijn & Zalm. Tonijn, een van mijn lievelingsingrediënten. Het plankje is perfect afgewerkt met heerlijk verse tonijn die zeker meekan met de betere sushi-bar. (14,50€)

Sushi-Sashimi van Tonijn & Zalm

Als hoofdgerecht ga ik voor een gewaagdere schotel: Hazenrug met speculoos. Dat klinkt speciaal, en dat is het ook. De hazenrug werd ingestreken met verkruimelde speculaas. Daarbij wordt nog een appeltje met bosbessen geserveerd. De smaken passen uitstekend bij elkaar, dit is een heerlijke schotel!

Hazenrug met speculaas

Na de maaltijd begeven we ons naar de bar, waar een heel uitgebreide kaart aan cocktails en spirits op ons wacht. De cocktails worden steeds met de beste dranken gemaakt en met de grootste zorg gemixt.

Cospaia is een echte klassezaak, maar niet echt goedkoop. Maar wie op zoek is naar een heerlijke keuken en een prachtig kader voor een decadent avondje uit, komt bij Cospiaia zeker aan zijn trekken!

Cospaia
Capitaine Crespel 1
1050 Brussel (vlakbij metro Louisa en Hallepoort)
Gegeten op 12/11/2010
Beoordeling: WWWW

Geplaatst in Brussel | Getagged , , , , , , | Een reactie plaatsen

Per Tutti

Ik ben gisteren nog eens in ‘Per Tutti’ in Leuven geweest. Per Tutti is een eigenzinnig Italiaans restaurant waarbij de chef zich duidelijk probeert te onderscheiden van de horde ‘pizza&lasagna’ Italianen enkele meters verderop. Per Tutti gaat voor een authentiekere en verfijndere keuken. De naam ‘Per Tutti’ (voor iedereen) is zeker niet gestolen, want prijs/kwaliteit is dit een topper. Ik betaalde 7,5 euro voor een voorgerecht (bruchetta) en 12,80 euro voor een hoofdgerecht (drie canneloni’s) en dronk voor 39,50 euro een Barbaresco van 2004. De bediening is hartelijk en even authentiek Italiaans als de rest van het restaurant. Wie in Leuven een Italiaan zoekt met dat beetje meer, is bij Per Tutti zeker aan het goede adres!

Per Tutti
Ravenstraat 38
3000 Leuven
Gegeten op: 10/11/2010
Beoordeling: WWW

Geplaatst in Leuven, Resto | Getagged , , | Een reactie plaatsen

The ‘Could Not Start Java Virtual Machine. Chart will not be drawn.’ – problem

This afternoon I wanted to draw a few charts with PAWS (former SPSS) 18 on my mac. A nice histogram was only a few clicks away, so I thought. Unfortunately, a recent Apple Java update messed up the Chart Java applet SPSS needs to draw charts. I did lots of Googling, but I was unable to find an ‘out-of-the-box’ solution. After a few hours of trial, error and Google, I came up with a solution:

First of all, you need to restore the old Java version 1.5.0, so you have BOTH the old 1.5.0 and the new 1.6.0 java versions installed.

  1. Download the official Java package from Apple: Java for Mac OS X 10.5 Update 4, dated June 15, 2009.
  2. Use the excellent shareware utility Pacifist to open the downloaded JavaForMacOSX10.5Update4.pkg file.
  3. First use Finder to go to System > Library > Frameworks > JavaVM.framework > Versions and delete the two aliases (symlinks) 1.5 and 1.5.0. Don’t skip this step, because otherwise the extraction will follow the symlinks and overwrite the contents of the 1.6.0 folder, which will corrupt your java installation!
  4. In Pacifist, drop downto Contents > System > Library > Frameworks > JavaVM.framework > Versions.
  5. In Pacifist, select 1.5 and 1.5.0, Control-click on the selection, and chose Install to Default Location from the pop-up menu.

Now, secondly, you need to point PASW/SPSS to the old java library, since it can’t handle the new java version.

  1. Use the finder (not the dock) to go Applications > SPSSInc > PASWStatistics 18
  2. Right click PASWStatistics18.0 and choose ‘show package content’
  3. Navigate to Contents > Bin
  4. edit the file jvmcfg.ini with text editor: change the line ‘jvm_lib_path1=/System/Library/Frameworks/JavaVM.framework/Versions/CurrentJDK/Libraries/’ to jvm_lib_path1=/System/Library/Frameworks/JavaVM.framework/Versions/1.5.0/Libraries/
  5. Save the file

Open SPSS 18 again, and the graphs will magically be drawn again!

Geplaatst in IT | Getagged , , | 37 reacties

Wat mogen de studenten binnenkort verwachten? (Het Nieuwsblad, 5 Oktober 2010)

BRUSSEL – Nu ziet de ruimte er nog uit als een ruwbouw, maar Wouter Ommeslag, projectmanager studentenvoorzieningen bij HUB, vertelt enthousiast over wat de studenten op 18oktober mogen verwachten als ze het nieuwe studentenrestaurant zullen binnenstappen.

‘Het belooft een modern studentenrestaurant te worden’, zegt Ommeslag. ‘We hebben de ruimte uitgebreid de vroegere parkeergarage van het gebouw. Daardoor zullen er 500 zitplaatsen beschikbaar zijn. Door de rationalisering van de lesuren, waardoor de pauzes niet meer gelijktijdig vallen voor alle richtingen, kunnen we theoretisch duizend studenten per lunch een plaats bieden.’

Om de doorstroming aan de self-service te versnellen, werkt de HUB nu ook met een digitale studentenkaart. ‘Die kunnen de studenten opladen aan een van de automaten in de verschillende gebouwen’, zegt Ommeslag. In feite maakt HUB z’n eigen Protonsysteem. ‘Je laadt een bedrag op van je bankkaart op de chip van je studentenkaart. Aan de kassa kan je je saldo raadplegen en moet je enkel ‘ok’ drukken om te betalen.’

Aan het comfort van de studenten wordt in elk geval gedacht. ‘De afruimplaats wordt uitgerust met een geluidsabsorberend plafond. Daardoor hoor je niet de hele tijd gekletter van borden en bestek wanneer je daar in de buurt gaat zitten.’

De uitbating van het restaurant wordt uitbesteed aan Sodexo, dat in vele bedrijven actief is met grootkeukens.

Geplaatst in Persartikels | Getagged , , , | Een reactie plaatsen

Verbouwingen nieuwe HUB-campus nog niet helemaal klaar (Het Nieuwsblad, 1 Oktober 2010)

BRUSSEL – Het nieuwe studentenrestaurant van de HUB, dat eigenlijk bij de start van het academiejaar klaar moest zijn, zal pas openen op maandag 18 oktober. De studenten moeten intussen dus op zoek naar alternatieven.

Eind 2009 kocht de Hogeschool-Universiteit Brussel, kortweg HUB, het pas gerenoveerde gebouw t’Serclaes, dat aan de overkant van de campus Stormstraat ligt. De school telde voor die aankoop liefst 60miljoen euro neer en besloot er zijn campussen te centraliseren. Vorige maandag, bij de start van het academiejaar, was de opening van t’Serclaes een absolute blikvanger.

Maar de verbouwingen die de school moest doen om het gebouw lesklaar te maken, liepen vertraging op. ‘Zoals dat zo vaak gaat bij bouwwerken’, zegt Wouter Ommeslag, projectmanager studentenvoorzieningen bij HUB. De studenten zijn niet gelukkig met die vertraging.

Vochtinsijpeling

‘Toen we vorig jaar hoorden dat we naar de Stormstraat moesten voor onze lessen, waren de meesten al niet gelukkig’, vertelt Dorien (20), een studente die vorig jaar nog aan de Koningsstraat zat. ‘We zitten met veel te veel studenten op één locatie, en die is dan nog niet helemaal afgewerkt.’ Dat bevestigt Anouchka (21): ‘Doordat ze hier de hele tijd aan het werken zijn, is het ook heel moeilijk om geconcentreerd te blijven.’ Het onafgewerkte studentenrestaurant gaat het meest over de tongen. Dat gaat, als alles volgens plan verloopt, pas open op 18oktober. ‘Het was natuurlijk de bedoeling dat alles af zou zijn bij de start van het academiejaar’, vertelt Wouter Ommeslag. ‘Maar door vochtinsijpeling droogde de chape niet snel genoeg. Komt daarbij dat de plaatsing van zo’n keuken, self-servicetoog en dergelijke niet op één-twee-drie kunnen gebeuren. We willen dat alles piekfijn in orde is.’

Studenten moeten dus tijdelijk een andere oplossing zoeken voor hun lunch. ‘We hebben een tijdelijke broodjesbar in de toekomstige studentenlounge geïnstalleerd, tot het restaurant de deuren opent’, zegt Ommeslag. En ook bij Sofie’s Clubke, de cafetaria die al vijftien jaar in de Ehsal-gebouwen huist, kunnen ze terecht voor een broodje of een opwarmmaaltijd. Daar krijgen ze nu elke dag een stormloop te verwerken. ‘Door onze ervaring kunnen we zo’n toeloop gelukkig aan’, zegt uitbaatster Sofie.

Hongerige studenten vinden echter dat je te lang moet aanschuiven voor een broodje. ‘Soms duurt het een dik halfuur voor je aan de beurt bent’, zegt Jasper (19). Daarom zoeken velen alternatieven. Sommigen zitten op kot en kunnen daar snel een gerechtje brouwen. ‘Het dwingt je enigszins wel om te improviseren’, zegt Thomas (18), kersvers student handelswetenschappen. ‘Een omelet is gelukkig snel gemaakt’, zegt Sam (18).

Andere plaatsen voor een snelle hap, die er wel degelijk zijn in de buurt van de campus, zijn echter nogal duur voor de gemiddelde student. ‘Aan de Koningsstraat kon je nog een broodje vinden voor 1,80euro, hier betaal je algauw 3euro’, zegt Jessie (19).

Alle studenten kijken dus uit naar 18oktober, wanneer het nieuwe studentenrestaurant de deuren eindelijk opent.

Geplaatst in Persartikels | Getagged , , , , | Een reactie plaatsen

Integratiedebat Hoger Onderwijs (Studentencongres, Maart 2010)

0. Inleiding

Deze nota handelt over wat er met de hogescholen en de hogeschoolopleidingen dient te gebeuren na de voltooiing van de academisering in 2012-2013. In dit verhaal zijn vele partijen betrokken. Om deze complexe materie toch enigszins toegankelijk te maken, volgt eerst een opsomming van de voornaamste spelers:

• De associaties. De associaties zijn in het leven geroepen door het structuurdecreet van april 2003. Een associatie is een vereniging van een of meerdere hogescholen en een universiteit. Deze universiteit is dan verantwoordelijk voor de academisering van de hogescholen binnen de associatie.

• De universiteiten: Katholiek (vb KU Leuven), maar ook andere (vb Ugent, VUB)

• De vrije hogescholen: hogescholen die ingericht worden door een inrichtende macht, meestal Katholieke Hogescholen

• De Autonome Hogescholen: hogescholen die ingericht worden door een overheid.

Het verhaal van de academisering en de mogelijke integratie start bij de invoering van de Bachelor/Master structuur door het structuurdecreet van 4 april 2003 (Vlaams Parlement, 2003). Voor de invoering van de Ba/Ma structuur kende Vlaanderen 3 types opleidingen (Vlaams Parlement, 1994):

• De academische opleidingen: deze opleidingen ressorteerden onder de verantwoordelijkheid van de universiteit en leverden de graad van ‘licentiaat’ op.

• De professionele opleidingen: deze opleidingen ressorteerden aan de hogescholen en leverden de graad van ‘graduaat’ op.

• De opleidingen van ‘academisch niveau’: deze opleidingen ressorteerden aan de hogescholen en leverden eveneens de graad van ‘licentiaat’ op.

Het structuurdecreet reduceerde het aantal types opleidingen van 3 naar 2, namelijk professionele bachelors en academische bachelors en masters. De graduaatopleidingen werden professionele bachelors, de academische en de opleidingen van academisch niveau werden academische bachelor en master opleidingen. De opleidingen van academisch niveau werden verplicht te ‘academiseren’ naar volwaardige academische opleidingen tegen 2012-2013. Om deze academisering te begeleiden werden de associaties in het leven geroepen. Met de deadline van 2013 in het vooruitzicht rijst nu de vraag waar de academiserende opleidingen thuishoren. Als men de logica van het structuurdecreet volgt (een binaire structuur: prof bachelor vs academische bachelors en masters), horen deze opleidingen thuis in de universiteit. In zekere zin kan men dus stellen dat de integratie van de academische opleidingen in de universiteit – zij het dan niet expliciet – reeds vervat zit in het structuurdecreet. In wat volgt, wordt de mogelijkheid tot de terugkeer naar 3 types evenwel niet uitgesloten.

1. Wat is academisering?

De term academisering wordt nergens expliciet gedefinieerd. Het structuurdecreet (Vlaams Parlement, 2003) stelt in artikel 12 §3: “Academische gerichtheid houdt in dat de opleidingen gericht zijn op de algemene vorming en op de verwerving van academische of artistieke kennis en competenties eigen aan het functioneren in een domein van de wetenschappen of van de kunsten. Academische opleidingen zijn op wetenschappelijk onderzoek gebaseerd.”

De NVAO stelt in haar accreditatiekader (NVAO, 2009): “Met de term academisering wordt het proces aangeduid dat er toe leidt dat het onderwijs van een opleiding steeds meer ingebed wordt in het wetenschappelijk onderzoek tot de opleiding volledig aan de voorwaarden van een academische opleiding voldoet.”

Dirk Van Damme concretiseert in zijn input voor het maatschappelijk debat wat precies de voorwaarden zijn om de verwevenheid van onderwijs en onderzoek te realiseren (Van Damme, 2010):

• Docenten in de academische opleidingen moeten over een doctoraat beschikken en actief aan onderzoek doen.

• Studenten moeten in aanraking komen met onderzoek en er zelf aan participeren.

• Academische opleidingen zijn ingebed in een omgeving en structuur die een academisch beleid kunnen voeren op het vlak van onderwijs en onderzoek, inclusief infrastructuur, personeelsbeleid, kwaliteitzorg,…

De HUB zelf geeft haar academiseringsbeleid gestalte in 4 kernpunten: het versterken van de wetenschappelijke cultuur, de inschakeling van personeel in wetenschappelijk onderzoek en de uitbouw van een sterk onderzoeksbeleid. (Raspoet, Van Puyenbroeck, & Verbeke, 2010)

Er bestaat dus consensus over het feit dat de doelstelling van de academisering erin bestaat om onderzoek en onderwijs met elkaar te verweven. Hoe deze verwevenheid het beste een permanente gestalte krijgt, hangt volledig samen met de plaats van de geacademiseerde opleidingen in het hoger onderwijslandschap. In de volgende sectie bekijken we wat de verschillende mogelijkheden zijn.

2. Quid Hogeschool- Academische Opleidingen? 

Wat moet er nu met die academische hogeschoolopleidingen gebeuren na 2012-2013. Grosso modo zijn er 3 opties:

• Alles blijft zoals het was: de hogescholen blijven de geaccrediteerde academische opleidingen aanbieden in samenwerking met de universiteit. De associaties blijven hun functie als intermediair tussen de hogescholen en de universiteiten vervullen. De status quo

• Alle opleidingen (academisch en professioneel) integreren in de universiteiten. De universiteit nieuwe stijl.

• Enkel de academische opleidingen integreren in de universiteit. De professionele opleidingen blijven bij de hogeschool. De integratie

a. De status quo

Als de hogescholen academische opleidingen blijven aanbieden, kan dit eigenlijk op 3 verschillende manieren:

• De hogescholen blijven de academische opleidingen zelf aanbieden. Voor de onderzoekscomponent worden zij ondersteund door de geassocieerde universiteit, zoals dat nu reeds het geval is. Eventueel kan een bi-diplomering met een universiteit voor de nodige ‘academische touch’ zorgen aan het diploma.

• De hogescholen blijven de academische opleidingen zelf aanbieden, volledig zelfstandig.

• De keuze van het structuurdecreet herbekijken en terugkeren naar een 3-ledige structuur. Naast bachelors en master zouden dan bijvoorbeeld ook ‘professionele” masters kunnen uitgereikt worden.

Al deze pistes worden door de nota Van Damme echter van tafel geveegd. De eerste optie beidt volgens Van Damme onvoldoende garanties op kwaliteit. De UVAH (her)lanceerde de piste echter in januari 2010: “De UVAH wil ook een piste lanceren die mogelijks de verschillende standpunten kan verzoenen, met name de gemeenschappelijke diplomering van de academisch gerichte opleidingen.” (UVAH, 2010)

De tweede optie meent hij niet realistisch omdat deze zou impliceren dat er heel wat ‘universiteiten’ bijkomen. Een dergelijke versnippering van de onderzoeksmiddelen zou nefast zijn voor de Vlaamse onderzoeksoutput: hedendaags onderzoek vergt immers schaalvergroting en concentratie.

De derde optie acht Van Damme niet optimaal omdat ze in het buitenland zelden een succesverhaal werden. Bovendien zouden volgens Van Damme deze professionele masters een te ambigue positie innemen in het Europese onderwijslandschap. De VLHORA laat echter nog een opening om deze piste te bewandelen: “De BAMA-hervorming betekent geen a priori keuze voor een binair hoger onderwijs.” (VLHORA, 2010)

M.b.t. het debat van academische versus professionele masters kan opgemerkt worden dat ook heel wat van de huidige masters aan de universiteit een beroepsfinaliteit hebben. Denken we bv. aan arts of apotheker.

b. De universiteit ‘nieuwe stijl’

In dit scenario worden alle opleidingen ondergebracht in de universiteit. Dit voorstel is volgens Van Damme geen goede piste omdat de universiteit geen goede omgeving is voor de professionele opleidingen. Professionele opleidingen hebben geen verstrengeling met onderzoek nodig, maar eerder praktijkgerichte en ondernemende cultuur. De professionele opleidingen overhevelen naar de universiteit zou nefast zijn voor hun kwaliteit, identiteit en arbeidsmarktpositie, aldus Van Damme.

c. De integratie

De integratie van de geacademiseerde hogeschoolopleidingen in de universiteit wordt al wat impliciet gesuggereerd in het structuurdecreet, zoals hierboven aangegeven. Ook de Universiteit Leuven speelt al geruime tijd met het idee. Ten tijde van de vorige rector, Marc Vervenne, werd het plan voor een “Kennis – en competentienetwerk KU Leuven” gelanceerd, wat eigenlijk neerkwam op een integratie. Na heel wat discussie moest het KCN baan ruimen voor het LUS (Leuvens Universitair Systeem). De uitwerking van het LUS was op het einde van de ‘legislatuur’ van Rector Vervenne in de lente van 2009 al vrij ver gevorderd.

Ook in de rapporten van de Commissie Soete (Ministeriele Commissie Rationalisatie HO, 2008) vinden we een pleidooi voor de integratie van de academische opleidingen in de universiteit

De associatie KU Leuven bevestigde onlangs expliciet haar voorkeur voor een integratie (Associatie KU Leuven, 2010). “De associatie KU Leuven is voorstander van de integratie van de academische hogeschoolopleidingen volgens de principes die werden afgesproken in de commissie Soete.”

Het VVKHO neemt uiteraard hetzelfde standpunt in, niet in het minst omdat quasi alle Vlaamse Katholieke Hogescholen partner zijn in de associatie KU Leuven. In een nota aan de VLHORA stelt het VVKHO duidelijk: “De Katholieke hogescholen zijn van mening dat deze opleidingen (de academiserende opleidingen, red) na 2012-2013 thuishoren aan de universiteit.”

Ook de nota Van Damme (Van Damme, 2010) pleit voor een integratie: “Aanbeveling: De Vlaamse Regering bevestigt zo spoedig mogelijk de politieke doelstelling om het academiseringsproces te voltooien door alle academische opleidingen in de universiteiten in integreren.”

Er klinkt dus een luide roep voor de integratie van de geacademiseerde opleidingen in de universiteit, al is een consensus nog geenszins bereikt. Bovendien is de invulling van die integratie (als voor die optie gekozen wordt) stof voor een nieuw debat. Van Damme ziet de integratie als een volledige overname van alle bevoegdheden door de universiteit: “De essentialia inzake academische verantwoordelijkheid worden best integraal onder de verantwoordelijkheid en het rechtstreekse bestuur van de universiteit gehouden” (Van Damme, 2010). Van Damme gaat zelfs nog verder: “… de integratie van de academische opleidingen in de universiteit heeft slechts zin voor de studenten wanneer zich op zekere hoogte een de facto fysieke integratie met de universitaire onderzoeksomgeving manifesteert.” Met andere woorden, de studenten moeten voor heel wat zaken zich fysiek verplaatsen naar de universiteit. Hij voegt daar wel aan toe dat de er voorzieningen moeten getroffen worden met de NMBS, de Lijn en de MIVB. (Van Damme, 2010)

De associatie KU Leuven kiest voor een mildere vorm van integratie. De belangrijkste bevoegdheden verhuizen wel naar de universiteit: “De integratie betreft in de eerste plaats een verantwoordelijkheidsintegratie: de universiteit krijgt de eindverantwoordelijkheid voor de kwaliteit en de profilering van de opleidingen en het onderzoek.” (Associatie KU Leuven, 2010)

De associatie KU Leuven laat wel een beetje ruimte voor de terugdelegatie van een aantal bevoegdheden naar de hogescholen: “Deze integratie van verantwoordelijkheid gebeurt evenwel met delegatie van belangrijke verantwoordelijkheden en bevoegdheden voor de organisatie, ontwikkeling en profilering van de academische opleidingen op de hogeschoolcampussen naar de directies en besturen van de hogescholen. Dergelijk medebestuur van de hogescholen is cruciaal, onder meer met hoog op het bevorderen van de dwarsverbanden tussen de academische en de professionele opleidingen, de sterkten en de lokale verankering van de opleidingen, de lokale rekrutering en de profilering in de regio.” (Associatie KU Leuven, 2010)

Van Damme is niet akkoord: “Vanuit diverse hoek is in de voorbije maanden gesuggereerd om de regie over de opleidingen na de integratie opnieuw uit te besteden aan de hogescholen, waarbij de universiteit haar rol eerder op afstand vervult. Dit lijkt me geen goed en zelfs een riskant model. “ (Van Damme, 2010)

Dat er een integratie moet komen van de academische opleidingen in de universiteit, daar zijn de commissie Soete, Van Damme en de  associatie KU Leuven het over eens. De mate van integratie en de verdeling van bevoegdheden tussen de hogescholen en de universiteiten is een debat dat nog in alle hevigheid gevoerd wordt. Waarschijnlijk zal de komende maanden dit debat stevig aangewakkerd worden.

d. Wat zal het worden en wanneer?

Dit is een bijzonder moeilijke vraag en kan onmogelijk met zelfs nog maar een benadering van zekerheid beantwoord worden. Als we dan toch een favoriet moeten aanduiden, lijkt het mij dat de oplossing van de integratie ‘model KU Leuven’ als oplossing uit de bus zal moeten komen. Dit omwille van volgende argumenten:

• De associatie KU Leuven vertegenwoordigt ongeveer de helft van het aantal studenten in het hoger onderwijs in Vlaanderen. Het hoeft dus geen betoog dat deze stem zwaar weegt in het debat.

• Het model van de KULeuven is een compromis ‘op z’n  Belgisch’ tussen de ‘status quo’ en de ‘integratie model Van Damme’

Het lijkt de politieke intentie om de knoop door te hakken tegen het einde van dit jaar.

3. Quid professionele opleidingen?

Voor de professionele opleidingen zijn er twee mogelijkheden: ofwel blijven zij bij de hogescholen ofwel verhuizen ze mee naar de universiteit, die dan een ‘universiteit nieuwe stijl’ wordt. Voor de tweede optie zijn er niet echt veel grote fans. Als de professionele opleidingen bij de hogescholen blijven, dan is het wel van groot belang hoe die hogescholen eruit zien. Op dit moment kent het Vlaamse hoger onderwijs 2 soorten van hogescholen: hogescholen die uitsluitend professionele opleidingen aanbieden en hogescholen die zowel professionele als academische opleidingen aanbieden.  In de tweede soort van hogescholen (zoals de HUB) is er een ‘interactie’ tussen de beide types opleidingen.

“De associatie KU Leuven is voorstander van de dwarsverbanden tussen de professionele en academische opleidingen te versterken: “Integratie van de academische hogeschoolopleidingen in de universiteit in onlosmakelijk verbonden met het versterken van de dwarsverbanden tussen de professionele en alle academische opleidingen.” (Associatie KU Leuven, 2010)

Van Damme ziet dat anders, hij is van mening dat de invloed van de academische opleidingen op de professionele op de langere termijn zelfs nefast is voor de professionele opleidingen. “Weinigen zullen betwisten dat sommige hogescholen die enkel professionele opleidingen aanbieden tot de beste in Vlaanderen gerekend kunnen worden.” En “Heeft de band en de nabijheid tussen professionele en academische opleidingen in het verleden inderdaad een positieve rol gespeeld, dan is het veel minder duidelijk of deze positieve impact ook in de toekomst gegarandeerd of zelfs noodzakelijk is. De vraag kan gesteld worden of de vermenging van professionele en academische opleidingen na verloop van tijd niet eerder tot nefaste rolvervaging , met name in de vorm van ‘academic drift’ bij professionele opleidingen, zou kunnen leiden”. (Van Damme, 2010) Van Damme is dus duidelijk voorstander van een heel strikte scheiding tussen de academische en de professionele opleidingen. Hij pleit daarbij wel voor een versterking van de professionele opleidingen, onder meer  door extra financiering, 4-jarige opleidingen en de uitbouw van het HBO5 onderwijs. (Van Damme, 2010) De vraag is echter of de budgettaire situatie van de Vlaamse Regering een dergelijke operatie toelaat. Het onderwijsbudget heeft al een sterke injectie nodig om de academisering te kunnen dragen.

In welke mate de dwarsverbanden tussen de academische en professionele opleidingen zullen blijven bestaan is dus nog ver van een uitgemaakte zaak.  Mocht men opteren voor een strikte scheiding tussen de academische en professionele opleidingen (met andere woorden, ook een sterke scheiding in centen), zullen sommige hogescholen onder de drempelnormen vallen. Van Damme komt met een oplossing: “Een nieuwe beweging van concentratie en fusies van hogescholen lijkt dan ook onvermijdelijk.” (Van Damme, 2010) Van Damme pleit wel voor de reductie van het aantal vestigingsplaatsen per opleiding. De Associatie KU Leuven is tegen: “De keuze voor integratie houdt geen verandering van de vestigingsplaatsen in.” (Associatie KU Leuven, 2010)

Mocht de visie Van Damme het halen, zou dit een grondige herschikking betekenen van het professionele onderwijslandschap. Een aantal kleinere vestigingsplaatsen zou verdwijnen door fusie en concentratie.

4. Gevolgen voor de HUB

De gevolgen voor de HUB zijn uiteraard verschillend per gekozen piste. Over de status-quo kunnen we kort zijn: er verandert dan voor de HUB studenten weinig. Volgens mij heeft de HUB ook voldoende onderzoekscapaciteit en expertise om in de optie van de status-quo voldoende garantie te bieden op academische kwaliteit. In (semi)-politieke kringen is deze optie echter ‘geen optie’.

We bekijken dus de mogelijke gevolgen in de scenario’s  van integratie: de integratie ‘Van Damme’ en de integratie ‘KU Leuven’. Uiteraard is het op dit moment niet mogelijk om alle gevolgen in te schatten. We gaan uit van de op dit moment beschikbare informatie.

De visie ‘Van Damme’ zou voor de HUB absoluut nefast zijn, omwille van een aantal argumenten:

• De middelen van de academische opleidingen zijn een ‘conditio sine qua non’ voor het financieel overleven van de HUB. Als de professionele opleidingen niet langer kunnen genieten van wat academische ruggensteun, komt hun voortbestaan in het gedrang. Van Damme pleit wel voor extra financiering voor het Brusselse hoger onderwijs in de vorm van een ‘Brusselnorm’ (Van Damme, 2010), maar de vraag is hoe groot die zal zijn, gezien de budgettaire ruimte. De fusie met de Kaho Sint-Lieven kan een rol gaan spelen in deze context.

• De HUB ziet de combinatie van de academische en de professionele opleidingen als een sterkte. Daartoe werkt zij al enige tijd aan bijvoorbeeld een heroriënteringsbeleid van HW naar bedrijfsmanagement en omgekeerd zijn er diverse schakelprogramma’s. Met het loslaten van deze dwarsverbanden, zou deze troef dan ook meteen verdwijnen.

• De academisering hangt nauw samen met de profilering van haar academische opleidingen. In het bijzonder het eigen profiel van de opleiding Handelswetenscahppen tov TEW, HI Brussel tov HI KUL en Toegepaste Taalkunde tov Taal –en letterkunde. Zeker de profilering van HW vs TEW is de laatste tijd een hot topic. Naar mijn inziens hebben beiden een andere finaliteit naar de arbeidsmarkt toe, ergo zijn beide complementair ergo hebben ze beide een maatschappelijk nut, ergo een bestaansrecht. Van Damme is het daar niet mee eens en pleit voor een ‘rationalisatie’ op dit vlak: “Het verdient de aanbeveling om de verschillende profielen aan een kritische toets te onderwerpen, waarbij de visie van de sociale partners gehoord wordt. Bijvoorbeeld kan de vraag gesteld worden of het onderscheid tussen handelswetenschappen en toegepaste economische wetenschappen wel zo diepgaand is en niet eerder de huidige feitelijke toestand – en de perceptie ervan – dan de wenselijke toestand weerspiegelt.” (Van Damme, 2010). Van Damme pleit hier – weliswaar een beetje omfloerst – eigenlijk voor de afschaffing van handelswetenschappen. Op andere fora hoort men al het idee om HW en TEW te fuseren en dan met major en minor onderdelen te werken. Het hoeft geen betoog dat beide pistes voor de HUB absoluut ongunstig zouden zijn.

De visie van de KU Leuven is op een aantal vlakken genuanceerder, hoewel zij ook niet zonder gevaar is. Veel hangt af van welke bevoegdheden de KULeuven terugdelegeert aan de hogescholen. Gaat het louter of het ‘campusmanagement’ of wordt de profilering en de invulling van de opleidingen eveneens bij de hogescholen gelegd? En wat met de dienstverlening? Als we wat we op dit moment horen, extrapoleren ziet deze autonomie er vrij beperkt uit. De opleidingen zouden onder een subfaculteit vallen, met een subfaculteitsvoorzitter (ter vervanging van de huidige decaan). De verantwoordelijkheid komt echter bij de decaan van de KULeuven en het beslissingscentrum verhuist naar de faculteitsraad van de universiteit.

Voor de dienstverlening zien we een zelfde verhaal: voor alle mogelijke domeinen (IT, Studentenadministratie, studentenbeleid zoals geconcretiseerd in het O&ER, bibliotheken,..) komen steeds meer richtlijnen vanuit de associatie ergo de KULeuven. De eigen autonomie (en dus profilering) van de individuele hogescholen wordt steeds kleiner. Met de implementatie van het Leuvense SAP softwaresysteem voor de administratie van alle associatiepartners verdwijnt een belangrijke hefboom voor autonomie, differentiatie en profilering. Hetzelfde geldt voor eenzelfde onderwijs- en examenreglement. Het invoeren van de nultolerantie in de master is een voorafschaduwing van hoe het er in de toekomst zal aan toegaan.

Als er een keuze tussen gemaakt dient te worden tussen de integratie ‘Van Damme’ en de integratie ‘KU Leuven’, verdient de piste KU Leuven de voorkeur, maar geen van beide zijn ideaal voor de HUB.

5. Conclusie

Het debat over de toekomst van de academische opleidingen is volop aan de gang. De standpunten van de verschillende tenoren zijn gekend, het is nu aan de ministeriële werkgroep om voorstellen te doen. Het zal uiteindelijk de politieke overheid zijn die de knopen zal doorhakken. Hopelijk houden de tenoren voldoende rekening met de bezorgdheden van de hogescholen. Want de academische hogeschoolopleidingen hebben wel degelijk een maatschappelijke meerwaarde, niet in het minst erkend door de arbeidsmarkt. Laat deze niet verloren gaan!

Hopelijk hebben ze ook oor voor de belangen van een belangrijke actor in dit debat: de studenten. Het verdwijnen van de academische hogeschoolopleidingen met een eigen profiel (langzaam in de integratievisie van de associatie KULeuven, snel in de visie van Van Damme)   beperkt de mogelijkheden voor de instromende studenten om een opleiding te kiezen waarvan het profiel zo dicht mogelijk bij het hunne aansluit. Anderzijds zullen zij bij heroriëntering na een verkeerde studiekeuze verplicht worden naar een ‘andere wereld ‘ over te stappen, en er zich opnieuw aan te passen.  Ook op dit vlak hebben hogescholen die academische en professionele opleidingen combineren een maatschappelijke meerwaarde.

 

Associatie KU Leuven. (2010). Standpunt Associatie KU Leuven m.b.t. academisering en integratie. RVB vzw Associatie KU Leuven 20100115.

Ministeriele Commissie Rationalisatie HO. (2008). Optimalisatie en rationalisatie van het hoger onderwijslandschap en -aanbod.

NVAO. (2009). Accreditatiekader bestaande. Den Haag: NVAO.

Raspoet, G., Van Puyenbroeck, T., & Verbeke, T. (2010). Academiseringsbeleid Faculteit Economie & Management. Brussel.

UVAH. (2010). UVAH-standpunt over integratie. UVAH.

Van Damme, D. (2010). De toekomst van de academische hogeschoolopleidingen in het Vlaamse hogeronderwijslandschap – Synthesenota op vraag van de Vlaamse Regering.

Vlaams Parlement. (2003, 08 14). Decreet betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen. Belgisch Staatsblad .

Vlaams Parlement. (1994, 08 31). Decreet betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap. Belgisch Staatsblad .

VLHORA. (2010). Discussienota gemeenschappelijk standpunten maatschappelijk debat. Brussel: AV VLHORA.

Geplaatst in Opiniestukken | Getagged , , , , | Een reactie plaatsen