Nietzsches Tranen (I.D. Yalom)

“Niemand verlangt er uit zichzelf naar een ander te helpen, gelooft hij; mensen willen juist alleen maar domineren en hun eigen macht vergroten. De weinige keren dat hij zijn macht aan iemand anders heeft afgestaan is hij diep ongelukkig en woedend geworden. Dat is gebeurd in het geval van Richard Wagner”. (Lou Salomé over Nietzsche, p23)

“Ik wou dat alle vrienden eerlijk waren! Het leven zou er rijker en echter op worden” (F.N., p26)

“Onze vriendschap heeft zich verdiept. Ik vermoed dat we altijd vrienden zullen blijven. We hebben geen geheimen voor elkaar: we lezen zelfs elkaars dagboek.” (Nietzsche over Paul Rée, p31)

“Te veel autoriteit, te veel prestigieuze meningen en conclusies onderdrukken iemands eigen vindingrijke, synthetische vermogens.” (F.N., p59)

“Het is niet de waarheid die heilig is, maar het zoeken naar iemand eigen waarheid! Kan er iets heiligers bestaan dan zelfonderzoek? Een van mijn granieten zinnen is: “Word wie je bent1“. En hoe kan iemand erachter komen wie en wat hij is zonder de waarheid?” (F.N., p77)

“Hoop is het kwaadste der kwaden omdat zij de marteling verlengt.2” (F.N., p78)

“We zijn elkaar zo dierbaar dat niets onze vriendschap en broederschap lijkt te belemmeren en we alleen gescheiden zijn door een kleine voetbrug” (F.N., p96)

“Het is de moed om mezelf te zijn die het belangrijkste is.” (F.N., p107)

“We werkelijke vraag is: tegen hoeveel waarheid ben ik bestand?” (F.N., p110)

“Zoals geen mens vrij is van angst, zo ontkomt niemand aan leed wanneer een vriendschap is mislukt. Of aan de pijn van eenzaamheid. Eenzaamheid is een broedplaats van ziekte” (J.B., p112)

“U houdt van de begeerte en niet van de begeerde3.” (F.N., p119)

“Angsten zijn als sterren – altijd aanwezig, maar onzichtbaar in het felle daglicht.” (F.N., p186)

“Ik heb veel mensen gekend die een hekel aan zichzelf hebben en dit trachten te veranderen door eerst anderen over te halen een goede dunk van hen te krijgen.” (F.N., p188)

“Bijna niemand ontkomt aan de pijn van de liefde. Goethe wist dat en daarom is het lijden van de jonge Werther zo sterk: zijn liefdesverdriet had te maken met de waarheid van ieder mens.” (J.B., p223)

“Ik geloof dat het leven een vonk is tussen twee identieke leegten, de duisternis voor de geboorte en die na de dood.” (J.B., p256)

“Leef wanneer je leeft! De dood verliest zijn verschrikking als je sterft wanneer je je leven vervolmaakt! Als je niet in het juiste moment leeft, kun je nooit op het juiste moment sterven.” (F.N., p266)

“Heb je je leven geleefd? Heb je ervan gehouden? Of het betreurd? Heb je het helemaal opgebruikt?” (F.N., p267)

“Sta je niet hulpeloos toe te kijken, treuren om het leven dat je nooit geleefd hebt?” (F.N., p267)

Meneer Ibrahim (E-E. Schmidt)

‘Meneer Ibrahim, als ik zeg dat glimlachen iets is voor rijke mensen, dan bedoel ik dat het iets is voor gelukkige mensen.’ “Nou, dat heb je mis, hoor. Van glimlachen wordt je juist gelukkig.” (p27)

“Momo, het is heel goed dat je naar meisjes gaat die het voor geld doen. De eerste paar keer moet je altijd naar beroeps gaan, want zij verstaan het vak. Daarna, als je het ingewikkeld gaat maken, als je er gevoelens bij gaat halen, kun je genoegen nemen met amateurs” (p35)

“Kijk, Momo, de Seine is dol op bruggen – net een vrouw die gek is op armbanden” (p37)

“Maar als het strikt naleven van de wet betekende advocaatje spelen, zoals mijn vader, met zo’n bleek gezicht en zo’n trieste sfeer in huis, dan was ik liever tegen het legalisme.” (p30)

“Wat was er zo verschrikkelijk aan mij? Wat had ik dan toch waardoor het onmogelijk was van mij te houden?” (p47)

“Op school bedacht ik dat ik geen seconde te verliezen had: ik moest absoluut verliefd worden. Ik moest mezelf bewijzen dat iemand van mij kon houden.” (p49)

“Jouw liefde voor haar is van jou, die kan niemand jou afnemen. Ook al wijst ze die liefde af, ze kan er niets aan veranderen. Ze profiteert er alleen niet van, dat is alles. ” (p52)

Ik besefte dat joden, moslims en zelfs christenen een heleboel beroemde personen gemeen hadden gehad voordat ze elkaar de hersens gingen inslaan. (p54)

Het hart van de mens is al een vogel die opgesloten zit in de kooi van het lichaam. (p80)

Platform (M. Houellebecq)

“Later, toen ik terugdacht aan die gelukkige periode, zou ik bij mezelf zeggen dat de mens duidelijk niet voor het geluk geboren is”

“Je raakt gewend aan de eenzaamheid, dat is niet per se iets om trots op te zijn”

“Er kan in het leven van alles gebeuren, en vooral niets”

“De intermenselijke relaties in het Westen zijn moeizamer geworden”

“Wie niet naar het leven verlangt, verlangt daarmee helaas nog niet naar de dood”

“Ze zullen me vergeten, ze zullen me snel vergeten”

De ondraaglijke lichtheid van het bestaan (M. Kundera)

Proloog

Als de eeuwige terugkeer de zwaarste last is, kan ons leven tegen die achtergrond uitkomen in al zijn schitterende lichtheid. Maar is zwaarte werkelijk verschrikkelijk en lichtheid schitterend? De zwaarste last breekt ons, laat ons struikelen, drukt ons tegen de grond. Maar in de liefdespoëzie aller tijden verlangt de vrouw ernaar de zware last van het mannenlichaam op het hare te voelen.

Wat moeten we dan kiezen? Zwaarte of lichtheid? Deze vraag stelde Parmenides zich al in de zesde eeuw voor Christus. Hij zag de hele wereld verdeeld in tegenstellingen: licht – duisternis; grofheid – fijnheid; warmte – koude. De ene pool van de tegenstelling vond hij positief, de andere negatief. Wat is positief: zwaarte of lichtheid? Paremenides antwoordde: lichtheid is positief, zwaarte negatief. Had hij gelijk? Dat is de vraag. Zeker is alleen dit: de tegenstelling zwaarte – lichtheid is de geheimzinnigste en dubbelzinnigste van alle tegenstellingen.

Beste Quotes

Was het dan niet alleen maar hysterie van iemand die de onmacht lief te hebben diep in zijn harte besefte en daarom voor zichzelf liefde begon te veinzen? (p12)

Een mens kan nooit weten wat hij wil, omdat hij maar een leven heeft dat hij niet aan zijn vorige levens kan toetsen, noch in zijn volgende levens kan herstellen. Is het beter samen met Tereza te zijn of alléén te blijven? Er bestaat geen mogelijkheid om na te gaan welke beslissing beter is, want er is geen vergelijking. Wij maken alles zomaar voor het eerst en onvoorbereid mee, net als een acteur die voor de vuist een stuk speelt1. Maar wat kan het leven waard zijn, als de eerste repetitie voor het leven al het leven zelf is? Het leven lijkt daarom altijd op een schets. Hoewel het woord schets evenmin juist is, want een schets is altijd een ontwerp voor iets, de voorbereiding voor een schilderij terwijl de schets van ons leven een schets is voor niets, het ontwerp zonder schilderij. Einmal is keinmal. Wat maar één maal gebeurd, hoeft net zo goed helemaal niet te gebeuren. Als we maar één keer mogen leven, hoeven we niet zo goed helemaal niet te leven2. (p13)

Iemand uit medelijden liefhebben betekent hem niet werkelijk liefhebben (p27)

Maar is een gebeurtenis juist niet des te belangrijker en opmerkelijker naarmate daar meer toevalligheden voor nodig zijn? (p62)

Trouw en verraad: Trouw is de allereerste deugd: trouw geeft eenheid aan ons leven, dat anders in duizend momentopnamen uiteen zou spatten als in duizend scherven. (p 110)

Daarom ging hij in Parijs zo graag naar demonstraties. Het was prachtig iets te vieren, iets te eisen, tegen iets te protesteren, niet allen te zijn, onder de blote hemel en met anderen te zijn. (p 119)

Fysieke liefde is ondenkbaar zonder geweld3. .. Omdat liefde betekent kracht af te zweren4 (p 132)

Hij voelde een aangename opwinding, zoals de beste leerling van de klas die voor het eerst van zijn leven durft te spijbelen. (p 133)

Wie zijn intimiteit verliest, verliest alles. En iemand die zijn intimiteit vrijwillig opgeeft, is een monster. (p 133)

Ogen zijn de vensters van de ziel (p 137)

Juist door vragen waarop geen antwoord is, worden menselijke mogelijkheden beperkt, worden de grenzen van het menselijk bestaan afgebakend. (p 163)

Flirten is een niet gedekte belofte van seksuele gemeenschap. (p 166)

Het unieke ‘ik’ schuilt juist in het onvoorspelbare van de mens. (p 231)

Liefde begint op het moment dat een vrouw haar eerste woord grift in ons poëtisch geheugen. (p 242)

Het menselijk leven speelt zich maar één maal af en we kunnen daarom nooit te weten komen welke beslissing goed en welke slecht was, want we konden in een gegeven situatie slechts één beslissing nemen. We hebben niet nog een tweede, derde of vierde leven gekregen om verschillende beslissingen naast elkaar te kunnen leggen. (p 257)

De enige manier om liefde te beschermen tegen de idiotie van seks, zou zijn om de klok van ons hoofd anders af te stekken en opgewonden te raken door het zien van een zwaluw. (p 273)

Liefde is het verlangen naar de verloren helft van onszelf. (p 275)

Sinds de Franse Revolutie noemt de helft van Europa zich links, terwijl de andere helft de benaming rechts kreeg. Het is vrijwel onmogelijk beide richtingen te definiëren met de theoretische principes waarop ze zich stoelen. Dat is niet vreemd: politieke bewegingen berusten niet op rationele standpunten, maar op fantasieën, denkbeelden, waarden en archetypen, die samen vorm geven aan deze of gene politieke kitsch. (p 295)

We hebben er allemaal behoefte aan dat iemand naar ons kijkt. We zouden kunnen worden ingedeeld in vier categorieën al naar gelang van het type blik waaronder we willen leven.

De eerste categorie verlangt naar een eindeloze hoeveelheid anonieme ogen, met andere woorden: een blik van het          publiek.

De tweede categorie omvat mensen die om te leven veel bekende ogen nodig hebben. Dat zijn de onvermoeibare organisatoren van party’s en diners. Ze zijn gelukkiger dan de eerste categorie.

Dan komt de derde categorie, die er behoefte aan hebben steeds in de blik te zijn van een geliefd persoon.

En tot slot de vierde categorie, de zeldzaamste, van mensen die leven onder de denkbeeldige blik van awezig publiek. (p 311)

Nooit zullen we moet zekerheid kunnen vaststellen in hoeverre onze verhouding tot andere mensen het resultaat is van onze gevoelens, onze liefde, onze niet-liefde, goedheid of woede, en in hoeverre zij bepaald wordt door de krachtsverhoudingen tussen de afzonderlijke personen. (p 331)

De liefde voor haar hond (Karenin) is onbaatzuchtig: Tereza wil niets van Karenin. Ze vraagt niets eens liefde. Nooit heeft ze zich de vragen gesteld die mensenparen kwellen: houdt hij van me? Heeft hij ooit van iemand anders meer gehouden dan van mij? Houdt hij meer van mij dan ik van hem? Misschien dat al deze vragen naar liefde, die liefde meten, doorgronden, onderzoeken, verhoren, haar tegelijkertijd in de kiem smoren. Misschien zijn we juist daarom niet in staat liefde geven, omdat we ernaar verlangen liefde te krijgen, dat wil zeggen dat we steeds iets (liefde) van de ander willen in plaats van hem te benaderen zonder eisen en niets anders te willen dan zijn aanwezigheid. (p 340)

De mensentijd draait niet in een cirkel, maar snelt in een rechte lijn vooruit. Dat is de reden waarom de mens niet gelukkig kan zijn, want geluk is het verlangen naar herhaling. (p 341)

Buitengewoon Brussel (met Steven Vanackere) (Arcade, 24 September 2007)

Studeren en leven
midden in de wereld

Wie Brussel hoort, denkt aan heel wat dingen, maar niet meteen aan een stad waar studenten zich thuis voelen. Is Brussel ook een studenten- stad? En wat zijn de uitdagingen voor het Brussels Nederlandstalig hoger onder- wijs? Twee gesprekspartners gaven ons hun mening, elk vanuit een eigen invalshoek: Steven Vanackere, voormalig schepen in Brussel en huidig minister van Welzijn, Volks- gezondheid en Gezin in de Vlaamse regering, en Wouter Ommeslag, student 3e bachelor Handelswetenschappen en vertegenwoordiger in de raad van bestuur van EHSAL.

Waarin verschilt Brussel van andere studentensteden? Welke troeven kan Brussel uitspelen?

Wouter Ommeslag: “Brussel heeft als stad natuurlijk veel troeven. Het brede culturele aanbod staat voor mij bovenaan de lijst. Met het openbaar vervoer heb je als student, voor slechts 25 euro, de mogelijkheid om al die facetten van Brussel onbeperkt te ontdekken. Met de studentenvereniging nemen we in het begin van het jaar initiatieven om de nieuwe studenten in contact te brengen met de minder gekende plekken van Brussel.”

Steven Vanackere: “Brussel oefent, als enige echte grootstad in België, een bijzondere aantrekkingskracht uit. Het bijzondere is ook dat de aanwezigheid van studenten minder geconcentreerd is in een bepaalde wijk. Dat is ook de kracht van een stad zoals Brussel: in de omgeving van de Sint-Gorikshallen vind je tal van studenten op terrasjes, maar wel temidden van andere inwoners. Zo krijg je een heel diverse en verrijkende mix.”

Zijn er knelpunten die in Brussel spelen? is bijvoorbeeld stadsveiligheid een belemmerende factor in de studiekeuze?

Wouter Ommeslag: “Als student hoor je inderdaad wel verhalen over een inbraak of diefstal, maar ik denk dat zoiets eigen is aan een grootstad. Ik denk wel dat de veiligheidsproblematiek een rol speelt in de keuze van de ouders. Het is wellicht een van de redenen waarom slechts een beperkt aantal studenten op kot gaan in Brussel.”

Steven Vanackere: “Persoonlijk geloof ik dat dit niet echt doorslaggevend is in een studiekeuze. Brussel heeft vooral nog te kampen met een, onterecht, imagoprobleem: het vraagt wat tijd en moeite om Brussel echt te leren kennen. Ook is het nog steeds moeilijk om een degelijk en betaalbaar studentenkot te vinden in het centrum van Brussel, ondanks belangrijke initiatieven zoals Quartier Latin. Tijdens mijn relatief korte periode als schepen in Brussel hebben we inspanningen geleverd om nieuwe woonruimten voor studenten te creëren. Zo worden stedenbouwkundige vergunningen voor winkels nu vaak ook gekoppeld aan het bestaan van een aparte ingang voor woonruimte. Ook particuliere woningeigenaars zouden kamers aan studenten kunnen verhuren. Die cultuur leeft nog onvoldoende in Brussel.”

Het Brussels Nederlandstalig hoger onderwijs wordt gekenmerkt door kleinschaligheid. Beschouwen jullie dit als een troef?

Wouter Ommeslag: “Zeer zeker. Persoonlijk is voor mij de keuze op Brussel gevallen, omwille van de uitstekende reputatie van EHSAL. De mogelijkheid om in relatief kleine groepen lessen te volgen, heeft daarbij de doorslag gegeven.”

Steven Vanackere: “De onderwijsinstellingen in Brussel bieden inderdaad het voordeel van een grotere interactiviteit. Anderzijds is het natuurlijk belangrijk om een evenwicht te zoeken tussen kleinschaligheid en financiële haalbaarheid. Als voormalig lid van de raad van bestuur van EHSAL was ik daarom enthousiast over de totstandkoming van de associatie met de K.U.Leuven.

Hoe zien jullie de toekomst van het Nederlandstalig hoger onderwijs in Brussel. Hoe beoordelen jullie de plannen van de NBI?

Steven Vanackere: “We mogen niet te gemakkelijk op onze lauweren rusten. De positie van het Nederlandstalig hoger onderwijs in Brussel is, zeker in een internationale context, geen verworvenheid. De essentiële vraag is hoe het zich kan onderscheiden. De associatievorming was een eerste stap om expertise te bundelen en ik geloof dat het Brussels Nederlandstalig hoger onderwijs zich via de NBI verder kan versterken. Ik hoop dat het vanuit die grotere eenheid ook sterker zal staan om nieuwe doelgroepen aan te spreken.”

Wouter Ommeslag: “Oorspronkelijk was er wel wat protest tegen de plannen van de NBI, vooral dan bij de studenten van KUB, aangezien bij hen een aantal opleidingen worden afgebouwd. Je kunt er natuurlijk niet omheen dat er ook in de hogescholen een aantal opleidingen, zoals Handelswetenschappen en Handelsingenieur, nog slechts één keer worden aangeboden en dat andere, zoals Taalkunde, naar een andere campus verhuizen. Toch overheersen ook voor ons de voordelen van de NBI. In de raad van bestuur van EHSAL hebben de studenten de nodige garanties gekregen over de kwaliteit van het onderwijs. De kleinschaligheid blijft eveneens voldoende gewaarborgd: mastodont- aula’s zijn niet aan ons besteed.”

Meer nood aan diversiteit op de schoolbanken

De diversiteit die zo eigen is aan Brussel, is inderdaad op de schoolbanken niet altijd waarneembaar. Wouter Ommeslag bevestigt: “In de opleiding Handelswetenschappen vind je veel studenten terug met een gelijkaardig profiel en merk je relatief weinig van de diversiteit van de Brusselse bevolking. Heel wat studenten komen overigens uit Oost- en West-Vlaanderen. Als student kun je de Brusselse diversiteit natuurlijk wel ervaren, maar daarvoor moet je echt wel buiten komen.” Minister Vanackere beschouwt de realisatie van diversiteit op de schoolbanken als een belangrijke uitdaging voor het Brussels Nederlandstalig hoger onderwijs: “Het Nederlandstalig kleuteronderwijs heeft een zeer stevig marktaandeel in Brussel, met een evidente aanwezigheid van veel allochtone kinderen. Die aanwezigheid is helemaal weg- gesmolten in het hoger onderwijs. Ik geloof dat we meer inspanningen moeten leveren om die doorstroming naar het hoger onder- wijs te realiseren.” Wouter Ommeslag haalt in dit verband het diversiteitplan van EHSAL aan als een eerste belangrijke stap in die richting.

 Het volledige nummer van Arcade Downloaden

De helaasheid der dingen (D. Verhulst)

Bezit bezit jou, nooit omgekeerd. (p11)

herinnering is de troostende stuiptrek van een leven, een hogere soort van nageboorte. Pas wanneer de herinnering is opgedroogd treedt de dood helemaal in, de ontbinding begint wanneer men opgehouden heeft van ons te dromen, en indien geen van de getuigen het risico neemt voor een leugenaar te worden versleten, zullen de verhalen van café Liars delen in ons eigen lot te worden vergeten, wat zoveel is als er nooit te zijn geweest. (p42 -43)

Onder water zijn alle lege flessen vol (“gedicht” , p82)

Onze televisie stond omzeggens altijd aan; de open haard van de armen van geest. (p93)

De ongelukkigen hebben een realistischer beeld van de wereld, de liefde voor mijn nonkels is groot en onbegrijpelijk, maar niemand heeft ooit van de liefde durven verwachten dat ze begrijpelijk zou zijn. (p138)

Ik hield hem voor gek, voor de typische dertiger die panisch omsprong met zijn leeftijd en via een overdreven inhaalbeweging zijn definitief verloren spierkracht wou recupereren. Sportcentra worden schatrijk aan zulke mannen. (p155)

Wraaklust kon het leven verlangen (p169)

Geen enkele vrouw zou met een gerust gemoed mogen bevallen in een katholieke materniteit, waar nonnen altijd uit jaloezie sadistische trekken kunnen vertonen als zij met hun fikken in een van zonden doorsopt geslachtsorgaan zitten te woelen. Zij zouden wel eens wraak kunnen nemen voor hun eigen leven van onthouding en gebed, en vaker de verlostang hanteren dan nodig. (p172)

Ik wou even alleen zijn met mijn grootmoeder, voor het laatst. In een cafetaria vol lekkende mensen, en jengelende kinderen die andere bezoekers hadden meegebracht ter compensatie, of om er de nadruk op te leggen dat het leven van de oude doorgegeven was, als stokjes in een eeuwige estafette waar niemand de zin van kent maar waar men zich aan vastklampt in de grote helaasheid der dingen. (p181)

De sterfelijkheid van het schone, een pleonasme (p186)

Het lijden van de jonge Werther (J.W. Goethe)

Proloog

Alles wat er maar van de arme Werther en zijn geschiedenis was te achterhalen is met zorg door mij (Goethe, nvrd) bijeengebracht en wordt hier aan u voorgelegd, in de zekerheid dat u mij erkentelijk zult zijn. U zult voor zijn geest en zijn karakter niets dan bewondering en liefde, voor zijn lot niet dan tranen hebben.

En jij, brave ziel, die eendere aandrift voelt als hij, put troost uit zijn lijden, en laat dit boek je vriend zijn, als je er door het lot of eigen schuld geen vindt die je nader staat

Eerste boek

22 mei – p17

“als ik zie dat alle activiteit neerkomt op het bevredigen van behoeften, die op hun beurt geen ander doel hebben dan ons armzalig bestaan te verlengen, dan verstom ik”

1 juli – p42

“Als ons hart altijd openstond om het goede te genieten dat God ons iedere dag geeft, dan zouden we ook de kracht hebben om het kwade, wanneer het komt, te dragen. Maar we hebben onze gevoelens niet in de hand..”

1 juli – p44

Het enige waartoe je tegenover je vrienden bij machte bent is dat je ze hun vreugde gunt en hun geluk vergroot door het met ze te delen. Ben je in staat, als hun ziel wordt gekweld door een ongelukkige hartstocht, als ze innerlijk verscheurd zijn van hun verdriet, hun leed ook maar een greintje te verzachten?

16 juli – p50

Wat siddert het door mijn aderen als mijn vingers onwillekeurig de hare raken, als onze voeten elkaar onder de tafel tegenkomen! Ik deins achteruit alsof ik me brand, en een geheime kracht dwingt me weer naar voeren toe – en ik word zo draaierig in mijn hoofd.

19 juli – p52

Ik zie haar vandaag! – roep ik ‘s ochtends als ik wakker word en met een licht hart de stralende zon tegemoet zie. Ik zie haar vandaag! En voor de rest van de dag heb ik verder geen wensen. Alles, alles verzinkt bij dat vooruitzicht.

20 juli – p53

Iemand die zich terwille van een ander om geld of eer of iets anders afslooft zonder dat zijn eigen hart of behoefte het hem voorschrijft is een dwaas.

12 augustus – p61

Iemand die door hartstocht wordt meegesleept verliest al zijn bezinning en wordt daarom beschouwd als een dronkaard of een krankzinnige.

12 augustus – p62

In elk geval heb je hierin ongelijk dat je zelfmoord, waar we het nu over hebben, op één lijn stelt met grootste daden: je kunt het moeilijk anders dan zwakheid noemen. Want doodgaan is beslist heel wat gemakkelijker dan moedig dulden en lijden.

12 augustus – p63

De menselijke natuur, vervolgde ik, heeft haar grenzen: zij kan vreugde, verdriet, pijn, tot een bepaalde graad verdragen en bezwijkt zodra die wordt overschreden. De vraag is hier dus niet of iemand zwak of sterk is, maar of hij de omvang van zijn lijden aankan – het mag dan van geestelijke aard zijn of van lichamelijke; en ik vind het even vreemd om te zeggen dat iemand die zich van het leven berooft een lafaard is, als het onjuist is om iemand laf te noemen die aan een kwaadaardige koorts sterft.

22 augustus – p70

Als je jezelf mist, mis je alles

28 augustus – p71

Kleine attenties van vriendschap zijn duizend keer meer waard dan de schitterende geschenken van een ijdele gever.

Tweede boek

20 februari – p90

God zegene jullie, lieve beiden,en geve jullie alle goede dagen die hij er bij mij aftrekt.

26 oktober – p112

Ja, ik begin te bes;effen, steeds meer en beter te beseffen dat iemands bestaan weinig te betekenen heeft, heel weinig.

26 oktober – p113

Je vrienden dragen je een warm hart toe, je bent hun meest welkome gast, en voor je eigen gevoel zou je niet zonder hen kunnen leven, en toch – als je nu doodging, als je uit hun midden wegviel? Zouden ze – hoe lang zouden ze het gat voelen dat door jouw verlies in hun bestaan wordt geslagen? Hoe lang? – O, een mens is zo vergankelijk dat hij ook daar waar de eigenlijke zekerheid ligt van zijn zijn, waar hij het enige werkelijke stempel zet van zijn aanwezigheid, in de herinnering, in het hart van zijn beminden, dat hij ook daar tot niets vergaat, verdwijnen moet, en al zo snel!

20 december – p166

Het slaat twaalf uur! Zo zij het dan! vaarwel,vaarwel!

De Antichrist (F. Nietzsche)

2

Wat is goed? Alles wat het gevoel van macht, de wil tot macht, de macht zelf in de mens opvoert

Wat is slecht? Alles wat voorkomt uit zwakte

Wat is geluk? Het gevoel dat de macht groeit – dat weerstand overwonnen wordt

6

Ik noem een dier, een soort, een individu verdorven wanneer het zijn instincten kwijtgeraakt, wanneer het koest voor, wanneer het de voorkeur geeft aan wat hem schaadt.

14

De mens is, relatief genomen, het slechts gelukte dier, het ziekelijkste, dat in gevaarlijke mate van zijn instincten is afgedwaald – hoewel, met dat al, ook het interessantste.

20

Het boeddhisme is de enige werkelijk positivistische religie de geschiedenis ons laat zien.

23

De liefde is de toestand waarin de mens de dingen het meest ziet zoals ze niet zijn.

43

Als men het zwaartepunt van het leven niet in het leven legt, maar verlegt naar het “hiernamaals”- naar het niets – dan heeft men aan het leven elk gewicht ontnomen

47

Men is geen filoloog of arts zonder tegelijk ook antichrist te zijn. Als filoloog kijkt men namelijk achter de heilige boeken, als arts achter de fysiologische verkommering van de van de typische christen. De arts zegt ongeneeslijk, de filoloog zwendel.

Research paper: Europa en Noord-Afrika: een goed huwelijk?

Wat is de rol van de Europese Unie in Noord-Afrika en hoe effectief is haar beleid?
In deze paper wordt ingezoomd op de relatie tussen Europa en Noord Afrika.

In het eerste deel -politieke geschiedenis – wordt gekeken wat de rol van Europa was in de geschiedenis van deze landen. Deze landen waren immers ooit koloniën van Europa. Na de Tweede Wereldoorlog kwam daar echter verandering in. Al deze volkeren streefden naar zelfbestuur en werden onafhankelijk.
Toch blijft Europa een belangrijke rol spelen in deze landen. Ze mogen dan wel onafhankelijk zijn in de strikte zijn van het woord – een onafhankelijke staat – in de praktijk zijn ze helemaal niet onafhankelijk van Europa.

In het tweede deel – internationale relaties – wordt bekeken hoe Europa de relaties met haar oud-koloniën ziet. Deze oud-koloniën hebben een partnerschapsovereenkomst met de EU. Er wordt bekeken wat dit partnerschap juist is en of het al dan niet doeltreffend is.

Tot slot wordt in het laatste deel – Internationale Sociale Economische Analyse – bekeken wat de huidige economische toestand is van deze landen en of er vooruitgang geboekt wordt. Er wordt ook een blik geworpen of de Europese ontwikkelingsgelden effectief en efficiënt ingezet worden.

Tot slot brengen we al deze elementen samen: wat is de rol van Europa geweest, wat is ze nu en heeft haar huidig beleid de gewenste resultaten?
Het antwoord op deze vraag zal in geen geval zwart/wit zijn. Er zijn vele pro’s en contra’s, duidelijke redenen maar eveneens verborgen agenda’s. Toch is Noord-Afrika een geval apart. In tegenstelling tot sommige centraal Afrikaanse landen is de situatie in Noord – Afrika niet hopeloos. “The lost continent” heeft helemaal in het noorden een ijverig gebied liggen, dat probeert aansluiting te zoeken met het oude continent. De vraag is of deze aansluiting zo dicht nabij als de breedte van de straat van Gibraltar doet vermoeden…

De volledige paper downloaden

NMBS (De Standaard, 5 mei 2005)

In het artikel ,,Spoor dreigt met hardere acties” (DS 14-15-16 mei) verklaart Michel Bovy (ACV) dat de bonden de reizigers zoveel mogelijk probeerden te ontzien bij de treinstaking van afgelopen vrijdag. ,,Maar dat is niet helemaal gelukt”, zegt hij. Wat een understatement!

Ten eerste is de staking vroeger begonnen dan aangekondigd. Veel collega-studenten van mij zaten vast in Brussel Zuid. Er zat voor hen niets anders op dan te voet verder te gaan. Daarnaast hebben de bonden hun belofte om maar tot 14 uur te staken niet gehouden. Toen ik rond kwart na drie aankwam in Brussel Centraal was het daar een en al chaos. Bovy beweert dat de overlast voor de reizigers ,,al bij al beperkt” bleef. Ik vind duizenden reizigers gijzelen en de hele vrijdagavondspits in de war sturen niet ‘al bij al beperkt’.

Bovendien is de houding van de bonden ronduit arrogant. ,,Als nu al moeilijk gedaan wordt omdat de staking uitliep tot drie uur of iets meer, zullen we volgende keer voor duidelijkheid zorgen”, zegt Bovy. Met andere woorden: niet te veel commentaar of de volgende keer staken we ineens voor 24 uur. Jos Digneffe (ACOD) heeft het zelfs al over een ,,big bang” en ,,stakingen van 24 uur en meer”.

Mag ik beide heren vragen om hun arrogantie en kortzichtigheid even opzij te schuiven en rekening te houden met de pendelaars? Het zijn binnenkort examens. Hoe moet ik als spoorstudent op tijd op mijn examen geraken? Moet ik mij in deze stresserende periode ook nog eens druk maken over hoe ik in Brussel geraak?

Ik vind dat de overheid moet ingrijpen en, net zoals bij de ‘witte woede’, voor een minimumdienst moet zorgen. Zo kunnen de pendelaars ten minste op hun werk of op hun examen geraken.

Wouter Ommeslag

1 4 5 6 7