Publico

Ik kwam volledig toevallig in dit restaurant, omdat het restaurant waar ik eerst wou gaan volzet bleek. We kunnen hier wel spreken over een toevalstreffer.

Publico is een mediterraans geïnspireerd restaurant: pasta, veel gerechten met tomaten(saus), tiramisu – alle Zuiderse klassiekers zijn aanwezig. De bediening is heel hartelijk, men komt na elk gerecht vragen of alles in orde is en geen vraag is er een te veel. Prijs-kwaliteit is dit een topzaak: voor het duurste hoofdgerecht (lamsfilet) betaal je €17,90.

Ik kies voor een saltimbocca en krijg een ruime portie vlees en pasta. Al dat lekkers voor 12,90€ in een van de meest trendy buurten van Brussel, ongelofelijk!

Saltimbocca met pasta

Voor een eenvoudige, Zuiderse hap in Brussel moet je niet twijfelen; Publico levert lekkere eenvoudige Zuiderse gerechten aan een niet te kloppen prijs!

Publico
Kartuizerstraat 32
1000 Brussel
Gegeten op: 4/1/2011
Beoordeling: WWW

De Managementmythe (M. Stewart)

“Mijn toetreding tot de wereld van de consulting was een van doe foute afslagen die je naar een deel van de stad voeren waarvan je niet eens wist dat het bestond.” (p 1)

“Spinoza sleep lenzen om aan de kost te komen en Bertrand Rusell bezondigde zich aan broodschrijverij, dus waarom zou ik geen centje bijverdienen als consultant?” ( 8)

“Hoe kunnen zo velen die zo weinig weten zo veel verdienen door andere mensen, die er nota bene voor worden betaald het te weten, te vertellen hoe zij hun werk moeten doen?” (p 12)

“Het in grijs flanel gestoken leger bleek veel kleurrijker en menselijker dan mijn chagrijnige hoogleraren en de populaire boeken over opschepperige yuppies die in het verkeerde deel van de stad verdwaald raakten me hadden doen verwachten.” (p 13)

“Het merkwaardige van die goeroeboeken is echter niet hun dubieuze inhoud maar hun ongelofelijke oplagen.” (p 16)

“Gezien het gegeven dat de meeste mensen die adviezen aanbieden zelf geen grote ondernemingen hebben geleid en zich ermee tevreden lijkten te stellen hun lezers te verstikken met waarheden als koeien, zou je denken dat de markt voor dergelijke adviezen klein is. Het tegendeel is echter waar: in de bedrijfstak waarin mensen wordt verteld hoe grote ondernemingen (niet) moeten worden geleid, gaan reusachtige sommen om. Het is alsof een groep werkloze ontwerpers van bedrijfsvliegtuigen aanhangt heeft gevonden onder de bezitters van minibusjes. Terwijl ik me door mijn plank vol managementadviezen worstelde, kon ik me niet onttrekken aan de volgende nogal botte vraag: hoe kan het dat zo veel slechte boeken zo goed verkopen?” (p 16)

“Het is dezelfde vraag die de Romeinen zichzelf stelden toen hun Rijk onhanteerbaar begon te worden: “Quis custodiet ipsos custodes?” wie bestuurt de bestuurders?” (p 18)

“Die omstandigheid verklaart waarom toekomstige zakelijke leiders, in plaats van zicht te storten op managementopleiding, er beter aan doen zicht te verdiepen in de geschiedenis, filosofische essays te lezen, of gewoon een goede roman.” (p 19)

“In zijn Götzendämmerung onderneemt Nietzsche het de afgoden van zijn tijd te testen ‘met een hamer om zo wellicht bij wijze van antwoord dat welbekende holle geluid te horen dat we van opgeblazen darmen kennen’. Wat ik hoop te laten zien is dat ook de managementafgod een fikse hamerslag behoeft.” (p 21)

“ ‘Nou hoeveel cafés telt Groot-Brittanië?’
‘Geen idee. Veel?’ riep ik uit.
‘Raad eens?’ zei Henry. Er speelde nu onmiskenbaar een zelfgenoegzaam lachje rond zijn mond.
‘Laat ik zeggen… tweehonderdduizend?’
Na enkele ogenblikken begreep ik het. Hij probeerde me uit. Ik werd verondersteld te laten zien dat ik met een geloofwaardig antwoord op de proppen kon komen. Mijn biljartkameraden hadden niet de moeite genomen me te waarschuwen voor deze bijzondere selectietechniek die intussen zo gangbaar is geworden dat studenten er tijdens hun opleiding speciaal op worden voorbereid.

De enige relevante feiten die ik me voor de geest kon halen waren de bevolkingsdichtheid van Groot-Brittanië en de prijs van een glas bier in het buurtcafé. Ik haalde diep adem en bij het uitademen spuide ik een lange reeks berekeningen die ik doorspekte met allerlei andere cijfers die in mijn hoofd opkwamen. Na de nodige rigoureuze afrondingen en wilde gissingen kwam ik tot de slotsom dat Groot-Brittannië honderdduizend cafés moest tellen. Het juiste aantal, liet Henry me weten, was zevenzeventigduizend.

Uiteraard ging het er niet om of mijn antwoord juist was. Het doel van de opgave was te achterhalen of ik met enig gemak kon praten over een onderwerp waarvan ik vrijwel niets wist en op basis van feiten die nagenoeg compleet uit de lucht waren gegrepen. Naderhand besefte ik dat dit proces een  uitstekende kennismaking was met het onderwerp consultancy.” (p 21)

“Dat was het moment waar de consultants voor leefden: het triomferen van de intelligentie over het bureaucratisch miasma.” (p 30)

“Voor elke onderneming geldt, begon ik te denken, dat een handjevol klanten of producten of winkels of werknemers de onderneming zijn, terwijl de rest slechts weggegooid geld is.” (p 32)

“Ik voelde me weldra meer een tandarts. Ik veroorzaakte veel pijn en niemand leek erg blij me te zien. Maar in plaats van rotte kiezen probeerde ik gegevens los te krijgen van mensen die zichtbaar nerveus waren.” (p 55)

“‘Weet je wat een consultant is?’ vroeg hij. ‘Iemand die op jouw horloge kijkt en je dan vertelt hoe laat het is!’” (p 57)

“Terwijl de maanden zich aaneenregen werden Rolands bezoekjes minder frequent tot ze uiteindelijk tot weinig meer dan een ceremonieel diner waren teruggebracht, gewoonlijk rond de tijd dat er weer een factuur werd gestuurd.” (p 76)

“Nietzsche schreef eens: ‘Feiten bestaan niet, er bestaan alleen interpretaties’ Hij overdreef de kwestie misschien een tikje, wat zijn gewoonte was, mar voor zover hij anticipeerde op hetgeen consultants kunnen doen met gegevens van grote en complexe organisaties, had hij wel een punt. Slechts heel weinig ‘harde’ gegevens in het zakenleven zijn zo hard als ze worden voorgesteld.” (p 77)

“Ons motto had goed kunnen luiden: ‘als je het niet kunt managen, meet het dan!’”. (p 78)

“We waren te jong om ons op ervaring te beroepen; zelfs de oudere compagnons hadden nooit iets gemanaged dat complexer was dan het organiseren van een familiedinertje.” (p 78)

“In menig opzicht vervulden wij sisfusarbeid. Voor ons was daar uiteraard niets negatiefs aan. Zolang er een steen was die een berg moest worden op gerold, werden wij betaald.” (p 80)

“Tachtig procent van de salarissen, zo bleek, ging naar ongeveer twintig procent van het personeel, dat wil zeggen naar de vennoten. Na enig gestoei met de cijfers achterhaalden we met onze tevredenheid dat tachtig procent van het analysewerk van de firma werd gedaan door mensen die twintig procent van de salarissen representeerden – mensen zoals wij. Wij bevonden ons duidelijk aan het verkeerde uiteinde van de walvis. We besloten een dure fles wijn te bestellen die we op onkostenrekening zouden zetten.” (p 81)

“Vorsten en pausen schenken veel aandacht aan uiterlijkheden; en ook wij doen daar verstandig aan. Eersteklas vliegen en eten in goede restaurants maakt ook deel uit van de job.” (p 83)

“Onwankelbaar overtuigd zijn van het eigen gelijk verhoogt de waarschijnlijkheid door anderen te worden gevolgd en kan wijzen op goede leiderschapskwaliteiten. (Natuurlijk kan een en ander ook wijzen op een stelletje onvoorstelbaar arrogante kwasten.)” (p 84)

“Machiavelli wees er eens op dat ‘een heerser die zelf niet wijs is, niet wijs kan worden geadviseerd’. Wat consultants nadien hebben geleerd is dat zo’n heerser desondanks vaak naar meer advies hunkert” (p 89)

“Ik was dakloos in die tijd, letterlijk. Toen het huurcontract voor mijn appartement in New York afliep, deed ik geen moeite om iets anders te vinden. Ik bracht mijn bezittingen bij familie en vrienden onder en vloog van hotel naar hotel. Gedurende meer dan een jaar betaalde ik nergens huur. Ik had uiteraard geen huis omdat ik geen leven had. Afgezien van de telefoongesprekken met vervreemde vrienden hielden mijn sociale contacten vrijwel zonder uitzondering op de een of andere manier verband met het werk. Zelfs mijn vakanties waren naadloos in het werkende leven geïntegreerd. Als ik een weekend doorbracht in Venetië was dat omdat ik het had gecombineerd met een zakelijke bijeenkomst in Milaan. Ik had mij tot een soort tayloristisch ideaal ontwikkeld, een zuiver economische machine, behalve dan dat ik met mijn overbetaalde adviesdiensten en verkwistende luxueuze reisgewoonten een uitgesproken inefficiënte efficiëntiedeskundige was, een parodie op de economische deugdzaamheid.” (p 101)

“Het is als opgesloten zitten in een kerker met een troep ratten en een reusachtige homp kaas. Alle ratten klimmen op de kaas, twee jaar op het eerste niveau, twee jaar op het tweede niveau. De ratten op het derde niveau schijten op de ratten op het tweede niveau, en die op het tweede niveau op de ratten op niveau één en alle ratten schijten op de ratten op de vloer. Het enige waar ze zich om bekommeren is het likken van hielen van de ratten op de hogere niveaus: ach meneer, wees zo vriendelijk uw rattenreet wat dichter bij mijn gezicht te houden. Je klimt hoger en hoger tot een van de andere ratten je kop afbijt.” (p 109)

“Ondanks het spoort van teleurstellingen dat hij achterliet, wist Mayo bij de mensen om hem heen toch de indruk te wekken dat hem een briljante toekomst wachtte. Hij dankte zijn reputatie niet aan zijn geschriften – gedurende zijn hele carrière schreef hij opmerkelijk weinig en zonder veel zeggingskracht- maar aan zijn welsprekendheid en zijn voordrachten uit de losse pols. Hij laveerde moeiteloos over een zee van uiteenlopende onderwerpen, legde hier en daar kernachtige verbanden, had op het juiste moment een welwillend oor en lardeerde zijn antwoorden met precies het juiste aantal woordspelingen, kwinkslagen en literaire toespelingen om zijn gesprekspartners het gevoel te geven met een grote geest van gedachten te wisselen. (p 119)

“… wist Mayo te bereiken waarvan academici dromen als zij zich een ideale carrière voorstellen: geen onderwijsverantwoordelijkheden en alle onderzoeksassistenten die met geld zijn aan te trekken.” (p 127)

“Ze trokken een chequeboek zo groot als een bazooka en richtten dat rechtstreeks op onze portefeuilles.” (p 147)

“Hij behandelde de mensen om hem heen als papieren zakdoekjes die geschikt waren om zijn spuug op te vangen alvorens te worden weggegooid. Een van zijn chauffeurs- hij had zelfs een hele ploeg die voor hem gereed stond, moet draaiende motoren, zelfs al hij nergens heen hoefde- vertrouwde me eens toe dat hij precies naast een hoop vuilnis was gestopt in de hoop dat de vorst er vol in zou trappen. Mensen met een dergelijke persoonlijkheid- gewoonlijk assholes genoemd- vormen voor elke organisatie een groot gevaar. Meestal worden ze gepasseerd als het om belangrijke posities gaat. Ze maken te veel mensen razend. Maar er glipt er altijd wel een tussendoor.’ (p 170)

“Een piramidespel is een spel waarbij je zowel moet samenwerken als concurreren met je medespelers. Succes hangt af van twee duidelijk onverenigbare vaardigheden: het vermogen met andere spelers samen te werken en het vermogen diezelfde mensen meedogenloos uit te buiten (en zelfs te verdelgen). Welke van die twee vaardigheden belangrijker is hangt af van het bereikte evenwicht binnen een organisatie. Aangezien een hoge maten van samenwerking doorgaans wenselijk is voor de organisatie als geheel, gebruiken gezonde organisaties selectieprocessen die een sterk positieve waarde toekennen aan de samenwerkingsbereidheid van een individu. Tegelijkertijd kan een dergelijk proces het feit ontkennen dat het vermogen concurrenten te onderdrukken of te elimineren eveneens bijdraagt aan het succes van een individu. In meer competitieve ecosystemen is de waardevolste eigenschap het talent de indruk wekken tot medewerking bereid te zijn en tegelijkertijd de vaste grond onder de voeten van de mededingers te ondergraven.” (p 171)

“Bij adviesfirma’s van naam kan het vierentwintiguurs-evaluatieproces het piramidespel buitengewoon verwoestend maken. In het bedrijfsleven zijn consultants waarschijnlijk de meest geëvalueerde mensen. Na en vaak gedurende elk projecten worden de prestaties van consultants veelvuldig geëvalueerd. Elk half jaar worden die evaluaties bijeengebracht in een prestatieoverzicht en minstens één keer per jaar kan een consultant een gedetailleerde, formele schatting van zijn of haar waarde voor de firma tegemoetzien, altijd uitgedrukt in de beste eufemismen waarin de managementbeweging van de menselijke betrekkingen meende te kunnen voorzien. Geen van de adviseurs krijgt te horen dat de prestaties onder de maat zijn maar dat er nog bepaalde ‘ontwikkelingsbehoeften’ zijn. Na dergelijke meedogenloze, tot paranoia leidende onderzoeken wordt negennegentig procent van de adviseurs uiteindelijk verteld over de vele ‘ontwikkelingskansen’ die buiten de firma liggen en wordt aldus in de meest humane bewoordingen op de straat gedirigeerd.” (p 173)

“Hoe waardig (of onwaardig) iemand in het leven weet te verliezen is van veel groter belang voor het persoonlijke geluk dan hoe spectaculair iemand weet te slagen. In onze firma liepen veel goede en gezonde mensen rond die wisten hoe ze het beste van hun leven konden maken en zij slaagden door dicht bij zichzelf te blijven. Anderen hielden er echter duidelijk een verwrongen slachtofferwijsheid aan over. Na de messen uit hun eigen rug te hebben getrokken, waren ze ervan overtuigd dat de enige manier om te slagen was die messen in de ruggen van anderen te steken.” .

“Hoe minder uitgestippelde strategieën, hoe meer opengehouden mogelijkheden.” (p 202)

“Wij profiteerden van een anomalie in de adviesbranche, een kloof tussen de marktwaarde van consultants en hun zelfrespect.” (p 210)

“In de context van ingewikkelde beslissingen met onzekere uitkomsten en zonder evident eenvoudig antwoord, hunkert een geest die alles graag onder controle zou hebben naar een paar koele handgrepen om zich te midden van rook en vlammen staande te houden. Strategieplanning biedt de bemoedigende troost – of illusie – dat er een stevig pad naar de toekomst bestaat.” (p 214)

“Een oud wijsheid stelt dat strategie inhoudt dat je, als de munitie opraakt, met alle wapens blijft vuren opdat de vijand er geen weet van zal krijgen. In de regel zoeken ondernemingen hun toevlucht bij strategieën als ze hun bestaan niet op een andere manier kunnen rechtvaardigen, en ze beginnen te plannen als ze niet goed meer weten waar ze heen gaan. Aandeelhouders die het woord strategie horen doen er goed aan de hand stevig op de knip te houden.” (p 216)

Waarom forfaits niet deugen

De laatste tijd wordt heel wat ‘geforfaitariseerd’ en vaak zelfs doelbewust. De meeste GSM operatoren hebben tegenwoordig een tarief waarbij je een vast bedrag per maand betaalt en (quasi) ongelimiteerd kunt bellen/SMS’en. Het kon niet lang duren of de internet providers moesten volgen: weg met de downloadlimieten. En steeds meer ‘all-you-can-eat’ concepten vinden hun weg naar ons land. En waarom deugen deze niet? Omdat ze moral hazard in de hand werken. Een aantal voorbeelden.

Het eerste voorbeeld is dat van de bedrijfswagen met een tankkaart. Mensen met een dergelijk systeem rijden gemiddeld meer kilometers buiten (woon)-werk dan mensen die een eigen wagen bezitten. Tegenstanders roepen nogal eens: ‘Dat is omdat het gratis is’. Dat is niet correct, want de werknemer moet daar een (weliswaar beperkte) fiscale bijdrage voor leveren en het wordt in enige mate verrekend in bruto lonen. Het probleem ligt in de ‘forfaitarisering’. Of je nu 10 000 of 100 000 kilometer per jaar bolt voor eigen gebruik, met een bedrijfswagen maakt dat niets uit. Dus waarom niet met de auto naar de postbus op de hoek van de straat? Volgens mij ligt een van de sleutels tot reductie van autoverkeer in België net daar. Het is zinloos dat de overheid de brandstof duurder maakt, als diegene die ze verbruikt een stijgend verbruik niet voelt.De kosten moeten op een of andere manier gevariabiliseerd worden voor de eindgebruiker, anders zal men blijven rijden en de (stijgende) forfaits gewoon ophoesten.

 

Een gelijkaardig fenomeen zien we niet bij het aantal afgelegde kilometers, maar ook bij het aantal schadegevallen. Een heel recente studie toont dat het aantal schadegevallen bij omnium verzekerde leasing wagens versus gewoon verzekerde privé wagens ligt 3,6% hoger. Dat percentage stijgt nog als je de groep bekijkt van de werknemers die ‘pas’ een omnium verzekerde wagen ter beschikking kregen.Waarom voorzichtig rijden als een ongeval niets extra kost?

 

Hetzelfde gaat op voor de GSM abonnementen ‘all in’. Ik ken mensen die tegenwoordig hun kinderen in hetzelfde huis opbellen om te melden dat het eten klaar is. ‘Want het kost niets’. Fout gedacht, het kost wel iets, namelijk uw forfait abonnement, de telefoonoperator zal – over alle klanten samen genomen – geen verlies maken. Maar de forfait creëert een gevoel van ‘gratis’, vandaar ook het succes van een dergelijke formule. De ongelimiteerde internetverbindingen zijn heel vergelijkbaar. Wat veel mensen niet weten is dat aan de basis van het internet het verkeer tussen de zogenaamde ‘backbones’ gefactureerd wordt per Gbyte. Dus ook daar is ‘gratis’ een illusie.

De ‘all-you-can-eat’ formules – ten slotte – zijn heel populair in de VS. Maar in bepaalde vormen zijn ze bij ons ook heel bekend: de ‘all-inclusive’ vakantie is daar eigenlijk een variante op. Uit studies blijkt dat de mensen die een all-you-can-eat zaak bezoeken meer eten dan als diezelfde mensen in een gewoon restaurant eten. De gratis illusie zorgt hier voor twee problemen: enerzijds verspillen mensen meer voedsel door voedsel op hun bord te scheppen dat ze niet opeten, anderzijds eten ze ook systematisch te veel – wat hun gezondheid niet ten goede komt.

Conclusie: forfaits werken moral hazard in de hand: als je verbruik niet moet betalen naar mate dat je verbruikt, wat is dan de drempel om meer te verbruiken? Bij een all-in is er geen afweging tussen de opbrengst (nut/genot) en een kost. Men koestert de illusie dat alle verbruik dan gratis is, maar niets is minder waar: op het einde van de rit moet alle verbruik betaalt zijn. De overheid moet haar accijnzen hebben; de verzekeraar, de GSM operator, de internet provider en de restauranthouder moeten winst maken. There’s no such thing like a free lunch. Afvoeren dus, die forfaits, onze algemene welvaart zal er door toenemen.

Kasteel Diependael

Het familiefeest op Kerstdag vond dit jaar plaats in Kasteel Diependael in Elewijt (Zemst-Mechelen). Het restaurant – een gerenoveerd kasteel – heeft een ster in de Michelin, al sinds 1996. In het restaurant zorgen eikenhouten vloeren, schilderwerken van Peter Breurs, maar vooral het prominent aanwezige Boda glaswerk voor een geslaagde combinatie van het ‘oude’ kasteel met een modern interieur.

Aperitiefhapje

Als hapje krijgen we (van links naar rechts) een oester – een glaasje met tarbot en een soepje van pompoen. De breidingen en smaken zijn goed, maar de *waauw* die je bij de hapjes van een sterrenzaak verwacht, blijft wat achterwege.

Eerste voorgerecht

Als eerste voorgerecht krijgen we een St-Jakobbsvrucht, een mousse van kreeft, een tartaar van kreeft en een limoensorbet. De presentatie zorgt deze keer wel voor een aangename verrassing. De kreeft is op een creatieve manier verwerkt, de andere elementen zijn klassieker.

Tweede voorgerecht

 

Als tweede voorgerecht krijgen we langoustine, gerookte zalm en ganzenleverijs in een soepje van aardpeer. We krijgen eerst het bord met de langoustine, gerookte zalm en ganzenleverijs en daarna komt de vrouw des huizes iedereen bedienen met de aardpeersoep. De aardpeersoep domineert wat te veel en verdrinkt bijna letterlijk de langoustine, ganzenlever en zalm.

Eerste hoofdgerecht

Als eerste hoofdgerecht krijgen we een jonge tarbot op een bedje van kalfswang en tartuffo, afgewerkt met grijze garnalen.  Het bedje van kalfswang doet een beetje afbreuk aan de heerlijke jonge tarbot. De garnalen zijn uitstekend.

Tweede hoofdgerecht

Als tweede hoofdgerecht krijgen we reefilet me een mousse van kweepeer, witloof, macaron en een zalf van wortel. De bereidingen zijn uitstekend en de macaron is een originele toets.  De andere componenten zijn eerder klassiekers.

Feestdessert

Als dessert krijgen we chocolade, met speculaasijs en gebak. Het dessert is lekker, maar heeft niet de originaliteit om onvergetelijk te zijn.

 

Over het geheel genomen hebben we lekker getafeld, maar het culinaire niveau was relatief lager dan het niveau van de prijs. De keuken is wat verouderd, klassieke ingrediënten met weinig innovatie in de combinatie of bereiding, wat de ster wat doet tanen.

Kasteel Diependael
Tervuursesteenweg 511
1982 Elewijt
Gegeten op: 25/12/2010
Beoordeling: WWW

Henri

Op de Vlaamse Steenweg vind je ‘Henri’, een trendy stadsrestaurant dat volledig past bij het vlakbij gelegen ‘Dansaert” publiek. De inrichting is dan ook strak modern, met een grote toog. De kaart kan je het best omschrijven als die van een degelijke moderne brasserie. De suggesties zijn altijd van een iets hoger culinair niveau.

Het voorgerecht kies ik uit de klassieke kaart: garnaalkroketten. Ze zijn goed, maar zonder meer. Het hoofdgerecht neem ik uit de suggestiekaart: (rauwe) hertfilet. Een rauw hoofdgerecht, het is een risico… Maar het is een absolute meevaller: het hert wordt als omhulsel voor een vulling met groenten gebruikt. De mix van smaken is orgineel en de kwaliteit van de ingrediënten is uitstekend.

Het hoofdgerecht met rauwe hert

Voor dat alles en een fles wijnen betalen we 57€ per persoon. Prijs/kwaliteit is Henri dus absoluut een bezoekje waard!

Henri (de website is trouwens ook zeker een bezoekje waard!)
Vlaamsesteenweg 113
1000 Brussel
Gegeten op: 15/12/2010
Beoordeling: WWW

Capri Lounge

Mijn zus en de Kerstperiode brachten mij in Keulen. Na een autorit van toch 2 uur en half wil eens mens wegzakken in een loungy bar. Daar was ik bij Capri lounge zeker voor aan het goede adres. De bar is gelegen is een Middeleeuwse kelder in de ältstadt van Keulen, vlakbij het winkelcentrum.De kaart is zeer uitgebreid: bieren-wijnen-cocktails-sterke dranken,.. De keuze is uitgebreid. Zelfs minder conventionele cocktails zoals een Sidecar staan op de kaart. De bediening is vlot en de barman weet duidelijk hoe hij een cocktail moet maken. De drank die men gebruikt bij het mixen is altijd een premium brand en de cocktails zijn steeds volledig afgewerkt. Voor wie wil is er ook een hapje te krijgen bij de alcoholen. Wie in Keulen komt, het is zeker een bezoekje waard!

Capri Lounge
Benesisstrasse 61
50673 Köln
Bezocht op: 10/12/2010
Beoordeling: WWWW

Le Refuge

Na ons bezoek aan ’t Klein Genoegen (zie vorige post) wordt de avond in dezelfde stijl verder gezet: Le Refuge. Deze trendy bar heeft duidelijk zijn publiek gevonden: de keet is tsjokvol. Deze bar combineert een lounge stijl zoals zetels, kandelaars, kroonluchter met de ruimte en de beats van een danscafé. Mocht het iets groter zijn zou het van mij zelfs de titel van ‘club’ verdienen. Het volk is er in ieder geval al club-like, zonder dat de prijzen de pan uit swingen.

Vlot personeel zorgt voor bestellingen, zodat je niet telkens naar de bar hoeft om iets te bestellen. De DJ weet het publiek op gang te krijgen én te houden zonder te vervallen in marginaliteit of foute toestanden.

Een van de beste gelegenheden die ik de voorbije maanden zag. De volgende keer dat ik in Hasselt ben, ga ik er zeker terug heen!

De kroonluchter!

Kandelaar

Le Refuge
Persoonstraat 40
3500 Hasselt
Bezocht op: 27/11/2010
Beoordeling: WWWW

’t Kleine Genoegen

Restaurant ” ’t Kleine Genoegen” is duidelijk een druk bezochte plek: we willen op een zaterdagavond een tafeltje voor 4 personen. We hebben beet, maar enkel omdat een ander gezelschap op het laatste moment annuleerde. Het restaurant is inderdaad vrij klein, maar heel gezellig. De knetterende open haard verspreidt een gezellige warmte op deze ijskoude winterdag.

Het gezelschap besluit zich te laten verrassen door het verrassingsmenu. Ik ben normaal niet zo’n fan van een mystery-concept, maar dat wordt hier meteen goed gemaakt door de vraag: ‘zijn er zaken die jullie zeker niet willen eten?’. Ik vermeld mijn aversie voor zeevruchten. En daar wordt inderdaad doorheen het hele menu rekening mee gehouden. Deze klantgerichtheid blijven we trouwens gedurende ons bezoek ervaren: er worden allerlei suggesties gedaan, zonder iets op te dringen.

De aperitiefhapjes

We nemen een aperitief maison en krijgen daarbij eendenleverpaté met een sausje van groene appel. De chef toont zijn creativiteit door af te werken met een caviaar van rode biet. De combinatie van een oerdegelijk product als ganzenlever met de ‘El Bulli’-achtige caviaar van rode biet is zeer geslaagd.

Eerste gerechtje

De rest van het gezelschap krijgt een ‘scheermesje’, maar ik krijg een zalm met zeewier en een zalf van pompoen. Daarna volgt een soep van kastanje (helaas geen foto)

Na de soep krijgen we een stukje vis.

Het hoofdgerecht

Als hoofdgerecht krijgen we een hazenrug filet, amandelkroketjes, rode biet en knolselder. De smaken gaan perfect samen, de ingrediënten zijn allemaal van topkwaliteit en de chef overstijgt het klassieke van dit gerecht door opnieuw met El Bulli-like technieken te werken.

Het dessert

Het dessert wordt ons voorgesteld als een symfonie van smaken. En dat is het ook! Men zegt wel eens dat je de kwaliteit van een restaurant kan afmeten aan de hand van het dessert. Dit dessert is een van de beste die in de voorbije maanden gegeten heb: een bolletje ijs met kaviaar van koffie (daar is El Bulli weer), donuts van groene appel (El Bulli, 2), chocolade, hazelnoot, kastanje… Zoals gezegd: een heerlijke symfonie van smaken die Bach jaloers zouden maken!

We mochten van dit alles genieten voor 52€. Wie in Hasselt is en wil verrast worden door een mix van klassieke keuken en de nieuwe keuken is bij ’t Klein Genoegen aan het juiste adres, want mijn genoegen over deze zaak was groot.

’t Kleine Genoegen
Raamstraat 3
3500 Hasselt
Gegeten op: 27/11/2010
Beoordeling: WWWW

I Latini

De volgende in de rij Italianen: I Latini. I Latini is gelegen in de schaduw van de Sint-Katelijne kerk in het centrum van Brussel. I Latini geeft een eenvoudige Italiaanse keuken (pasta, pizza, cannelloni, …) maar dan wel volledig  afgewerkt en tegen een heel behoorlijke prijs. Hun menu ‘Italianissimo’ is een heel voordelige keuze: voor 28,80 heb je een eenvoudig voorgerecht, een hoofdgerecht en een dessert. Voor een pizza betaal je 11,50 of 12,50. Het interieur en bediening zijn merkelijk beter dan die van de doorsnee pizza/pasta Italiaan en de prijzen liggen in dezelfde range. De wijnkaart is behoorlijk uitgebreid en biedt wijnen in alle prijsklassen. Wie een eenvoudige Italiaan zoekt in centrum Brussel, komt bij I Latini zeker niet bedrogen uit.

Napolitaanse Pizza bij I Latini

I Latini
Sint-Katelijneplein 2
1000 Brussel
Gegeten op: 15/11/2010
Beoordeling: WWW

Per Bacco

‘Per Bacco’ – ‘Oh my God!’ in het Italiaans – is een osteria die medio 2006 in de Sint-Jacobsnieuwstraat opende. Het concept is een winkel en restaurant bij elkaar, niet echt courant in Vlaanderen. De bijwerkingen daarvan (bv een koeltoog in het ‘restaurant’) zijn wat storend voor wie een gezellig dineetje verwacht. De inrichting en met meubilair zijn heel (te?) eenvoudig, de bediening is hartelijk Italiaans vriendelijk. Het eigenzinnige concept is dan ook in trek bij het ‘alternatief publiek’, het de favoriete stek van onder meer Felix van Groeningen. De kaart is beperkt gehouden, met keuze uit slechts enkele hoofdgerechten.

Als voorgerecht neem ik een bord ‘artisanale vleeswaren’. Ik krijg inderdaad een bord met het beste van de Italiaanse charcuterie, maar zonder veel afwerking. Als hoofdgerecht neem ik zeebaars, alle ingrediënten zijn van uitstekende kwaliteit maar missen wat afwerking en originaliteit.

Bij per Bacco zijn de producten van topkwaliteit, maar het mist wat verfijning, wat voor die prijs toch zou mogen…

Per Bacco
Sint-Jacobsnieuwstraat 56
9000 Gent
Gegeten op 13/11/2010
Beoordeling: WW