Godenslaap (Erwin Mortier)

Ik heb altijd gehuiverd voor de daad van het beginnen.
Voor het eerste woord, de eerste aanraking. De onrust wanneer zich de eerste zin moet vormen, en na de eerste de tweede. De onrust, en de opwinding, alsof je de wade wegtrekt waaronder een lichaam rust: slapend, of dood.
Er is ook het verlangen, of de wensdroom, de pen om te smeden tot een ploegschaar en een pas beschreven vel weer blank te ploegen, dwars op de regels, voor na voor.

Het muntstuk dat de Oude Grieken onder de tong van hun overledenen staken, als rol voor de veerman die hen naar de overkant van de Styx moest varen, diende in haar ogen een ander doel: het ging om zwijggeld.

God was de dam die de mensen opgeworpen hadden om de fatale ontmoeting met de bodemloosheid van hun eigen verlangen te voorkomen

Als we niet weten wat we niet weten, bestaat het niet.

De laatkomer (Dimitri Verhulst)

Impropria Est ut salutaret aliquis qui est cacas (sic)

Meestal zijn dat zo’n twee à drie feestzwijnen die terzelfder tijd in de bloemetjes worden gezet en als er een honderdjarige bij is, en er daarbovenop ook de garantie is dat een streekkrant het heuglijke nieuws van de gefêteerde eeuwling komt verslaan en fotograferen, dan laat ook de schepen van Bevolking zich hier opmerken. In die gevallen houdt hij een korte speech (steeds dezelfde, maar dat kan hij zich ruimschoots permitteren voor een publiek van dementerenden),schenkt in naam van de voltallige gemeenteraad een pot bloemen aan de honderdjarige, wenst, die nog vele, vele jaren in de gloria, eet gehaast een taartje, drukt alle stemgerechtigden de hand en verdwijnt.

Alle betere ideeën in denkwereld kennen het rijpingsproces van een overjarige brokkelkaas.

Ik zou in eer en geweten op mijn strepen hebben gestaan en gezegd dat ik nooit meer dann drie glazen dronk, dat ik gedurende gans mijn huwelijkse staat hooguit vier of vijf keer dronken thuisgekomen ben, hetgeen, zo besef ik nu, wel eens ruimschoots re weinig zou kunnen zijn voor mijn geestelijke gezondheid

Kun je geloven dat ik het soms mis, het feit zo nooit meer in een koude kerk te staan om er een mij ontvallen makker uit te wuiven? Het hele theater, dat ongetwijfeld het enige is waarin de bijrollen veel beheerder zijn dan de hoofdrol.

In de Azaleastraat is de verschiining van een politiecamionette nog een spraakmakende gebeurtenis, Ik zou haast zeggen: iets feestelijks! De sirene hoeft daarom niet eens colèrig te lamijnen, het volstaat dat die wagen gewoon stilletjes onze straat in rìjdt of de honden slaan al aan het bassen en de commeeres nemen hun spionageposten achter hun gordijnen in. Een verhaal kondigt zich aan, liefst eentje over de miserie van anderen. de sensatiezuchtigen wrijven zich in de handen, het leven lijkt te zijn geplukt uit de teevee, hoezee.

Als God een trein was, dan dit station een kathedraal.

Gemene delers zijn zelden groot

Identiteit (Paul Verhaeghe)

Homo homini lupus Est: de mens is een wolf voor de andere mens. Merkwaardig genoeg staat een andere uitleg daar lijnrecht tegenover: de mens is juist van nature goed, het is de postmoderne maatschappij die ons slecht maakt.
Das unbehagen in der kultur (freud)

Ik herken daarin twee fundamentele gerichtheden die vermoedelijk typerend zijn voor al wat leeft: we willen deel uitmaken van grotere gehelen en tegelijk streven we naar onafhankelijkheid.

Je Est un autre

Alle ideologieën reguleren de toegang tot genot, maar de manieren waarop zijn er erg verschillend. Daarnaast delen ze nog een punt: elke ideologie acht de eigen regelgeving superieur en beschouwt die van de ander achterlijk of decadent.

Merkwaardig genoeg kunnen zowel gelijkheid als verschil aanleiding geven tot agressie. Van iemand die al te zeer op ons lijkt, willen we afstand nemen; we willen het verschil maken. En verschilt iemand te veel van ons, dan willen we diegene ofwel gelijk maken aan onszelf (integratie) of we willen zelf op hem lijken (can’ t beat them, join them)

Een geslaagde maatschappij heet geslaagd wanneer er een leefbaar evenwicht heerst tussen gelijkheid en verschil, waarbij agressie minder gevaarlijke uitwegen vindt.
Voetbal is oorlog, kunst verzacht de zeden, carnaval zorgt voor toegelaten ontsporing en rituele zondebokken de woestijn insturen is niet eens zo’n slecht idee.

Dingen benoemen is niet hetzelfde als dingen begrijpen

Het woord burgers roept bij mensen onder de dertig alleen nog gedachten aan McDonald’s op.

De 4 managementsymptomen:
Dr Marc Desmet beschrijft op grond van zijn ervaring als ziekenhuisarts vier managementsymptomen. Ze kunnen alle vier naadloos toegepast worden op alles wat door de marktwerking aangetast is.
Een eerste klacht betreft de voortdurende veranderingen, gaande van constante verbouwingen, het invoeren van het allerlaatste computerprogramma, een nieuwe aanpak voor het uurrooster tot de ‘inkanteling’ van een ander ziekenhuis of de zoveelste fusie tussen diensten, waarbij alles voortdurend ‘getoetst’ en ‘bijgestuurd’ wordt. Opvallend: de mensen die het eigenlijke werk moeten doen, krijgen weinig of zelfs helemaal geen inspraak.
Dat laatste voert onmiddellijk naar een tweede pijnpunt: het Big Brother-gevoel. Niet de veranderingen, maar de werknemers worden voortdurend geëvalueerd, middels functioneringsgesprekken, audits en dergelijke. Erg bevorderlijk voor een plezierige werksfeer is het allemaal niet, en op veel afdelingen is de teamgeest ver te zoeken. Ook hier wordt er gemeten en geteld, en ook hier heeft dit een pervers effect. Binnen de kortste keren gaan werknemers op alle niveaus hun gedrag op de metingen instellen: het andere ‘telt toch niet mee’. Dat de dictatuur van het meetbare haaks staat op wat zorg is, valt helaas niet met cijfers te bewijzen, dus verdwijnt de eigenlijke zorg pijlsnel.
Vandaar een derde, al helemaal paradoxale klacht: het systeem leidt ertoe dat er almaar minder aandacht naar de kern van het werk gaat, en steeds meer naar administratie, management en controle. Zonder twijfel zouden ziekenhuizen veel beter functioneren indien er geen patiënten waren. In een ironische bui heb ik ooit, na geweeklaag van collega’s tijdens een faculteitsraad, voorgesteld het onderwijs af te schaffen. Patiënten en studenten nemen te veel van onze kostbare tijd in beslag, en zij zijn zich daar goed van bewust: ‘Professor, ik weet dat u geen tijd heeft, maar als het even kan, zou u dan…’ ‘Zuster, wanneer denkt u dat ik de arts zou kunnen zien?’ Weg met die handel, kun je meteen de stookkosten drukken..

Iedereen wordt voortdurend aangemaand om te besparen, iedereen ziet hoe er massaal geld gaat naar zaken die het werk niet ten goede komen, een factuur voor de consultancy
die een nieuwe naam moest verzinnen en een dito slogan- die je vooral niet moet toepassen (‘Wij zijn er voor u!)

Lacan: l’amour c’est donner ce qu’on a pas

Binnen een neoliberale maatschappij bestaat de functie van het onderwijs niet zozeer in het hoog opleiden van mensen, als wel in het selecteren en kneden van jongeren tot een bepaald profiel dat binnen het systeem de hoogste productiviteit waarborgt, Wat die jongeren effectief op de werkvloer moeten doen, zullen ze grotendeels op diezelfde vloer leren, en niet op school.

Bij de nieuwe identiteit van de mens als ondernemer hoort ook een nieuw levensdoel: succes. Dit is wat jongvolwassenen elkaar toewensen bij wijze van afscheidsgroet. Succes bij de examens, succes op vakantie, succes in de relatie, succes op de werkvloer.
De klassieke vraag naar ‘het goede leven’ klinkt in deze context wel heel erg wollig – goede lééven? -, ook al omdat die vraag impliciet het accent legt op het leven in een gemeenschap, terwijl het woord ‘succes’ eerder beperkt blijft tot het individu.

Op de koop toe worden werknemers in toenemende mate aangeworven op een ‘project’ – ook in de bedrijfswereld -, waarbij ze vanaf het begin heel hard en in onderlinge competitie moeten werken in de hoop op een eventuele verlenging van hun contract. Dit systeem kan slechts een beperkt aantal ‘winnaars’ bevoordelen, met als gevolg angst (‘Hou ik mijn baan?’) en afgunst (‘Die gladjanus haalt het zeker’). Teamgeest verdwijnt razendsnel, met als typisch symptoom de noodzaak van ‘teambuilding’, niet zelden – o ironie – in de toepasselijke vorm van survival(-of-thefittest)-weekends. In de plaats van solidariteit komt een algemeen wantrouwen. Loyaliteit aan en identificatie met het bedrijf zijn zaken waarin de werkgever letterlijk moet investeren. De verdwijning van teamspirit is zelfs op het voetbalveld zichtbaar, wat minister van Staat Louis Tobback, ooit een fervent supporter, deed opmerken: ‘Ik zie elf bvba’s [besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid] op dat veld rondlopen, spelers die alleen maar denken: waar kan ik volgend seizoen nog meer verdienen?’

De huidige dwingende gezondheidsnorm heet ‘succes” die bovendien financieel en materieel zichtbaar moet zijn.
De mogelijkheid dat een succesvolle jonge professional naar wie iedereen opkijkt en die heel wat bonussen binnenrijft ’s avonds alleen op zijn loft zit te verpieteren en zichzelf moet oppeppen met pillen, alcohol en internetseks, gaat in tegen alle verwachtingen.

De grens tussen ‘geslaagd’ en ‘gestoord’ is vrij dun

Eenzaamheid is zonder twijfel de meest frequente ‘stoornis’ van onze tijd.

De postmoderne mens lijdt aan een vreemde dissociatie, een nieuwe vorm van persoonlijkheidsverdubbeling” We klagen het systeem aan, staan er vijandig tegenover en voelen ons machteloos om het te veranderen. Anderzijds gedragen we ons op een manier die het systeem voortdurend bevestigt en uitbreidt. De wijze waarop we eten en drinken, ons kleden, verplaatsen, op vakantie gaan, zijn daar stuk voor stuk voorbeelden van – wij zijn het systeem waarover we klagen. Een proteststem uitbrengen voor ultralinks of ultrarechts zal niet volstaan om deze situatie te wijzigen. Het is niet de ander die moet veranderen; de pijnlijke waarheid is dat we het ook zelf zullen moeten doen. In plaats van alleen maar consument te zijn, moeten we weer burger worden. Niet alleen in het sternhokje, maar ook, en zelfs vooral, in de manier waarop we ons leven leiden.
Een van de noodzakelijkste veranderingen is het loslaten van het huidige cynisme waarin we bijna allemaal vergleden zijn.

Speech ASR overdracht

Slides: ASR Speech

De traditie wil dat ik hier – bij de afsluiting van het academiejaar – de uittredende bestuursploeg afzwaai. Ik vond de inspiratie voor dit jaar op het roemruchte event van 10 jaar StaL. En daarmee heb ik het niet over de korte en krachtige speech van de voorzitter

 

Het ging in de groep van de STUVO over de speech bij de opening van De Mineen. Het ging over

stripfiguren. En ik bedacht mij, de laudatio van dit jaar is ook te vatten in een stripverhaal. Zijnde

in de reeks van Goscinny’s Asterix. En meer bepaald Asterix en de Romeinen. Ik stel u de

personages even kort voor.

 

Slide 1 Het is al wel duidelijk, de hoofdfiguur, de voorzitter, betreft Asterix. Zelf heeft hij, in zijn rijke loopbaan (**ik zou niet carrière durven zeggen**) aan de HUBrussel zichzelf vergeleken met Asterix. Zoals blijt uit deze foto. Asterix, de aanvoerder van de Galliërs, de dapperste van de Belgen.

 

Slide 2 het duurde niet lang, of hij kreeg ook Obelix aan zijn zijde. Deze obelix heeft het echter niet zo begrepen op everzwijnen, maar eerder op Blackbush en corps diplomatiques.

 

Slide 3: de twee aanvoerders krijgen versterking van Hippix. U ziet de fysieke geljikenissen. In de stripreeks komt Hippix van een andere stam. Hij wordt naar de Galliërs gezonden om een echte krijger te worden, Asterix en Obelix zijn belast met zijn opleiding. Ik denk dat we zonder enige twijfel mogen stellen dat deze Hippix met onderscheiding geslaagd is en zich tot de dapperste der Belgen mag rekenen.

 

Slide 4: Kakfonix, de dorpszanger. Het kost de Galliërs veel moeite om hem soms te doen zwijgen, anders blijft hij maar zingen. Toch een zeer gewaardeerde dorpsgenoot, die ondanks zijn reizen naar het Romeinse Rijk, een Galliër bleef.

 

Slide 5: Samen met de andere Galliërs trokken onze figuren ten strijde tegen de Romeinen, om hun geliefde dorp te beschermen tegen de overheersing.

 

Slide 6: Zij waren het laatste vrije dorp in de provincie en willen dat absoluut behouden. En zo streden zij, gesterkt door de toverdrank van de druïde, voor het behoud van hun prachtige Gallische dorp.

 

Slide 7: Hun strijd bracht hen tot bij de Gouverneur van de provincia en zelfs tot bij de Keizer in Rome zelf

 

Slide 8: Wij zitten hier samen, weliswaar met een Italiaans buffet in de plaats van met everzwijnen en we zien niet zo wreed om Christophe in een boom vast te binden, maar in tegenstelling tot de striptekening is het zeker niet ‘the end’. Integendeel, de komende weken zijn nog crucialer dan alle afgelopen weken samen. 1 oktober – de datum van de integratie van de academische opleidingen – is in onderwijstermen morgen. De ontwerpteksten van samenwerkingsovereenkomsten en reglementen allerhanden verschijnen met de regelmaat van klok. Elke paragraaf moet gewikt en gewogen worden onder grote tijdsdruk. De Galliërs mogen dus zeker niet in slaap sukkelen na hun kampvuur. Want men weet dat de Romeinen zeker ook ’s nachts kunnen toeslaan. Een druïde kan voor toverdrank zorgen, maar het gevecht moeten de dappere Galliërs zelf leveren. Maar ik heb er alle vertrouwen in dat de nieuwe bewoners van het dorp daar zullen in slagen.

 

HUB bouwt kamers op nieuwe campus (De Standaard, 7 maart 2013)

De plannen voor de campus Meyboom van de Hogeschool-Universiteit Brussel (HUB) krijgen vorm. Behalve les–lokalen, een turnzaal, een aula en een studentenfoyer komen er ook 78 studenten–kamers.

HUB wil campus Meyboom in September 2015 in gebruik nemen

De Hogeschool-Universiteit Brussel (HUB) heeft concrete plannen om het tekort aan studentenkamers in Brussel aan te pakken. Op haar nieuwe campus Meyboom, op de hoek van de Broekstraat en de Zandstraat, realiseert de onderwijsinstelling 78 studentenkamers. ‘Er is een hoge nood aan studentenhuisvesting in Brussel’, zegt Wouter Ommeslag, hoofd facilitair beheer van de HUB. ‘Daarom zijn we blij met deze 78 kamers ons steentje te kunnen bijdragen.’

In het nieuwe gebouw komen er ook leslokalen en kantoren, maar belangrijker is dat er ook een turnzaal en een grote aula worden gepland. ‘Voor het vak Bewegingsopvoeding in de richtingen kleuter- en lager onderwijs hebben we een turnzaal nodig. Op dit moment huren we die in de Cellebroedersstraat, maar we willen er absoluut een op onze campus’, zegt Ommeslag. ‘Ook een grote aula is een must. Het wordt een hellende aula met zo’n vierhonderd plaatsen en ze wordt uitgerust met alle moderne, didactische materiaal.’

De renovatie en uitbreiding van het gebouw kosten zo’n 16 miljoen euro. De HUB hoopt om de campus Meyboom in september 2015 in gebruik te kunnen nemen. ‘De HUB zet sterk in op Brussel als studentenstad, dus zijn we tevreden dat we onze campus voort kunnen uitbouwen in het centrum van de hoofdstad’, besluit Ommeslag.

De naam van het gebouw werd vorig jaar door de studenten en het personeel van de HUB gekozen. De naam verwijst naar de meiboomplanting die elk jaar zowel in Brussel als in Leuven plaatsvindt. Dat gebeurt precies op de hoek van de Zandstraat en de Broekstraat, waar de nieuwe HUB-campus zich bevindt.

Vrouwenkleren eventjes taboe (De Standaard, 27 november 2012)

Een laffe knieval, een fout signaal. De Hogeschool Universiteit Brussel had het verkorven. Dat ze een maatregel had genomen voor de veiligheid van de studenten, kreeg ze amper uitgelegd.

Vandaag een verbod op het verkleden als vrouw bij een studentendoop. Morgen worden de voil janetten van Aalst-carnaval geschrapt. En wat is het volgende: dat vrouwen geen minirok meer mogen dragen?

Dat de Hogeschool Universiteit Brussel (HUB) beslist had om travestie te bannen tijdens de studentendopen, maakte gisteren heel wat commotie los. De beslissing van de HUB was er gekomen nadat een als vrouw verklede student in de buurt van het Martelaarsplein was verkracht. De kleren zouden daarbij provocerend gewerkt hebben.

Woedend, was de Vrouwenraad. ‘Het argument dat het dragen van vrouwenkleren provocerend zou zijn en vervolgens verkrachting zou uitlokken, is op zich een provocatie. Het slachtoffer is zelf de aanstoker? Dit argument is identiek aan het verwijt dat een meisje haar verkrachting zelf heeft gevraagd als ze een kort rokje aanhad.’

Bruno De Lille (Groen), de staatssecretaris voor Gelijke Kansen in de Brusselse regering, reageerde fel. ‘Ik vind dat de HUB een compleet fout signaal de wereld instuurt. Ze legt door deze reactie, op zijn minst impliciet, de schuld voor de verkrachting bij het slachtoffer. Is vrouwenkleren dragen een reden om aangevallen of verkracht te worden?’Ook op Twitter liep het storm (zie hiernaast).

Daar zijn ze aardig van geschrokken aan de Stormstraat, de belangrijkste campus van de HUB. Dirk De Ceulaer, algemeen directeur van de instelling, deed hard zijn best om de beslissing van de school te motiveren. ‘Wij hebben na het incident, in overleg met de studentenverenigingen, afgesproken om tijdelijk, de dagen na het incident, aan te raden geen man-vrouwverkleedpartijen meer te doen. Dat gebeurde op aangeven van de politie, die aangaf dat de travestie de aanleiding kon zijn voor de aanranding. De daders liepen nog vrij rond. Het was een preventieve maatregel voor de veiligheid van de studenten, die we genomen hebben als goede huisvader. Dit was helemaal geen principieel standpunt in de sfeer van homofobie die er tegenwoordig heerst in Brussel. Het zal uw zoon of dochter maar zijn, dan zou u ook willen dat de school maatregelen treft.’ Dat het volgens de politie een uitzonderlijk, geïsoleerd voorval betreft, stelt de HUB een beetje gerust.

Alvast één studentenvereniging liet haar doop nadien toch plaatshebben, mét vrouwenkleren voor de jongens. Na enkele dagen kon de maatregel weer afgeblazen worden. Het doopseizoen is voorbij, dus relevant is het niet meer. Maar volgend jaar zouden de verkleedpartijen weer kunnen.

Dronken ’s nachts: opletten

De Ceulaer stond er danig van te kijken dat de commentaren op de zaak zo’n vlucht namen en een maatschappelijk debat deden opflakkeren. ‘Het neemt groteske proporties aan’, zuchtte hij. ‘Ik betreur hoe politici hier op springen, zonder de context te kennen.’

De presessen van de studentenverenigingen stuurden een communiqué de wereld in om de aanpak van de directie van de HUB te steunen. De ironie wil dat de heisa pas ontstond nadat er een bericht was verschenen op de website van de studenten journalistiek van de concurrerende Erasmus Hogeschool.

Voor Frédérique Vandermeeren, voorzitter van de algemene studentenraad van de HUB, is Brussel een grootstad, met alle troeven en nadelen. Straatcriminaliteit is er daar een van.

‘Wie hier studeert weet dat’, zegt Vandermeeren. ‘Wij raden studenten aan nooit alleen over straat te lopen ’s nachts, als ze dronken zijn. Dan zijn ze een makkelijke prooi. Ik heb het ooit zelf aan den lijve ondervonden. Je moet sensibiliseren, maar je mag geen angst of paniek creëren.’

‘Wij laten ons niet intimideren door wat er gebeurd is. Dit was een vreselijk voorval, maar zal het studentenleven niet stoppen’, aldus Wouter Ommeslag, van de dienst studentenvoorzieningen.

‘Er zullen nog steeds dopen georganiseerd worden’, benadrukt ook Vandermeeren. ‘We zullen daarbij de nodige voorzichtigheid aan de dag leggen, zoals steeds. Maar het gaat niet zover dat we de politie meenemen.’

Een fuif gisterenavond vond gewoon plaats.

Nieuwe campus van HUB heet Meyboom (Het Nieuwsblad, 2 juli 2012)

RUSSEL – De HUB heeft er een nieuwe campus bij, waar in de toekomst studenten sociaal werk en lerarenopleiding terecht kunnen. Voor de naam organiseerde de hogeschool een wedstrijd, en daar kwam ‘Meyboom’ als winnaar uit.

Het nieuwe campusgebouw van de Hogeschool-Universiteit Brussel (HUB), dat gelegen is op de hoek van de Zandstraat en de Broekstraat, heeft eindelijk een naam. De HUB organiseerde in april een wedstrijd om een naam voor het ‘nieuwe’ gebouw te verzinnen, waarmee een iPad te winnen viel. Zo’n 85studenten en personeelsleden van de HUB dienden een naamvoorstel in.

Uit al die voorstellen is ‘Meyboom’ gekozen, een naam die verwijst naar de meiboomplanting die elk jaar zowel in Brussel als in Leuven plaatsvindt op 9augustus. Dat gebeurt precies op de hoek van de Zandstraat en de Broekstraat, waar de nieuwe HUB-campus zich bevindt.

Brussel versus Leuven

Maar niet alleen de verwijzing naar die middeleeuwse traditie is belangrijk in de naamkeuze. Er zit ook subtiel een verwijzing in naar het spanningsveld tussen Brussel en Leuven, want de HUB maakt deel uit van de associatie KU Leuven.

De winnaars van de wedstrijd, en dat zijn er zes, worden uitgenodigd voor een etentje in café De Meyboom. Bij de namen die het niet haalden, zien we onder meer Zandbroek, Peyo, ’t Zand en Sieen.

Wanneer het gebouw in gebruik zal worden genomen staat nog niet helemaal vast. De HUB is volop bezig met aanpassingswerken om er studenten van de opleidingen sociaal werk en de lerarenopleiding te kunnen ontvangen. Dat zou ten laatste in september 2015 het geval moeten zijn.

September 2014

‘Hoe vroeger hoe liever, natuurlijk’, zegt Wouter Ommeslag, een van de projectcoördinatoren van de nieuwe campus bij de HUB. ‘We mikken op september 2014, maar dat is zeer ambitieus. Januari 2015 is haalbaar, maar we bekijken nog of we de nieuwe campus niet beter bij de start van een academiejaar ‘verhuizen’ in plaats van bij het begin van het tweede semester.’

De vorige huurder van het het gebouw was Bloso. De HUB is al langer bezig met het samenbrengen van haar opleidingen in het centrum. In 2009 werd nog ‘tSerclaes in gebruik genomen, dat tegenover de oorspronkelijke Ehsal-campus ligt. Met het nieuwe gebouw erbij gaat ze verder op dat elan.

Studentensportkaart tegen september (Het Nieuwsblad, 24 maart 2012)

BRUSSEL – Bij het nieuwe academiejaar, dat start in september, willen de Vlaamse instellingen voor hoger onderwijs en Br(ik een studentensportkaart invoeren. Die moet ervoor zorgen dat studenten aan een goedkoper tarief kunnen sporten in de hoofdstad.

Sportinfrastructuur

‘We willen student en stad verbinden’, zegt Kasper Demeulemeester van Br(ik. ‘We willen de studenten de sportclubs en mogelijkheden tot sporten leren kennen en ze toegankelijk maken. Op die manier kan het studentenleven in Brussel nog verrijkt worden.’

De Vrije Universiteit Brussel (VUB) heeft al meer dan dertig jaar eigen sportinfrastructuur op de campus in Etterbeek. ‘Wij zijn eigenlijk de gangmakers van dit project’, zegt Dirk Van de Wiele, verantwoordelijke voor de sportdienst aan de VUB.

‘Wij hebben al jaren een clubkaart waarmee studenten en personeel van de VUB de sportfaciliteiten van de universiteit kunnen gebruiken. Ook de Erasmushogeschool (EhB) zit mee in dat systeem. We willen dat nu uitbreiden naar de rest van de hogescholen en universiteiten, want we willen zo veel mogelijk studenten aan het sporten krijgen.’

Aan de VUB kunnen de studenten dus vlot terecht om te sporten, maar in het centrum ligt dat moeilijker. ‘In Brussel-centrum is er bijna geen sportinfrastructuur’, zegt Van de Wiele. ‘Je kan er ook niet zomaar eigen infrastructuur inplanten. Daarom willen we kijken wat er al is en met partners afspreken om kortingen te geven aan studenten.’

De bedoeling is dat er een database ontstaat waarop studenten kunnen zien waar ze terecht kunnen om te sporten en waar dat kan aan een studentikoos tarief. ‘De studentensportkaart zal voor alle instellingen dezelfde lay-out hebben, om op die manier herkenbaarheid te creËren bij de sportclubs’, zegt Van de Wiele. ‘Op die manier hopen we die database dan zo ruim mogelijk te maken.’

Gereduceerd tarief

Studenten van de Hogeschool-Universiteit Brussel (HUB), die in het centrum zitten, mogen nu al aan gereduceerd tarief sporten aan de VUB. Daarover heeft de Stuvo HUB een overeenkomst met de VUB. ‘We werken zelf ook aan een aanbod’, zegt Wouter Ommeslag van Stuvo HUB. ‘We hebben een voltijds sportcoördinator in dienst die activiteiten voor studenten uitwerkt. We zijn nu bijvoorbeeld bezig met een start to run, om studenten klaar te stomen voor de 20kilometer.’

‘Net als vorig jaar kunnen studenten deelnemen aan de 20kilometer in het Br(ik-team’, zegt Kasper Demeulemeester. ‘En op 9mei houden we ook een Br(ik Futsal-cup. Op die manier brengen we studenten van de verschillende instellingen op een sportieve manier bij mekaar.’

VUB en HUB doen duit in het zakje (Het Nieuwsblad, 10 maart 2012)

BRUSSEL – Ook de instellingen voor hoger onderwijs zitten niet stil. Zowel de Vrije Universiteit Brussel (VUB) als de Hogeschool-Universiteit Brussel (HUB) zijn bezig met eigen huisvestingsprojecten om extra studentenkamers te realiseren.

‘De studentenkoten van de VUB zijn gebouwd in 1972′, zegt Sicco Wittermans, woordvoerder van de VUB. ‘Terwijl het de bedoeling was om ze oorspronkelijk maar tien jaar te laten staan, zijn ze er nu bijna veertig jaar. Daarom gaan we een inspanning doen om extra studentenkamers te bouwen.’ De universiteit plant maar liefst 650 nieuwe studentenkamers op de campus Etterbeek. Het nieuwbouwproject gaat daarnaast ook ruimte bieden voor onderwijs, onderzoek en administratie. Het totale project kost zo’n 50 miljoen euro. ‘In oktober wordt het definitieve ontwerp gekozen op basis van een architectuurwedstrijd die begin januari afliep’, zegt Wittermans. ‘De nieuwe koten zouden in het academiejaar 2015-2016 moeten klaar zijn.’

Ook bij de HUB zitten ze niet stil. ‘De HUB wil, liefst in samenspraak met Br(ik, nieuwe en grotere studentenhuizen creËren’, zegt directeur Dirk De Ceulaer van de HUB. ‘Wij werken met Stuvo HUB (de studentenvoorzieningen van de HUB, red.) aan een project met koten specifiek voor eerstejaars. Dat zou voor zo’n 60 procent een passagehuis moeten zijn: dat wil zeggen dat 60 procent na één jaar een ander kot moet gaan zoeken.’ Stuvo HUB is momenteel op zoek naar geschikte panden om zo’n studentenhuis te creËren, zegt Wouter Ommeslag van Stuvo HUB.

De Ceulaer laat zelf ook nog een ballonnetje op. ‘In Leuven zien we bijvoorbeeld dat de leegstaande ruimtes boven winkels ingericht worden als studentenkoten. Gezien de leegstand in de Nieuwstraat boven de winkels is dat ook misschien een piste’, denkt De Ceulaer. ‘Maar dan is er natuurlijk een beleid nodig dat dergelijke initiatieven stimuleert.’

HUB-studenten vieren Valentijn in studentenrestaurant De Mineen (Editie Pajot, 14 februari 2012)

Vandaag is het Valentijn en dat is ook aan de HUB niet onopgemerkt voorbij gegaan. Speciaal voor deze gelegenheid werd het studentenrestaurant DeMineen versierd met rode ballonnen in hartjesvorm en werd er een speciaal Valentijnsmenu geserveerd met o.a. Cupidosoep en een Valentijnsburger.

Daarnaast konden studenten ook gratis een Valentijns-sms sturen. Hun boodschap verscheen dan onmiddellijk op het grote scherm in DeMineen. Wouter Ommeslag van Studentenvoorzieningen HUB (StuVo): “Blijkbaar zitten heel wat van onze studenten met vlinders in hun buik want de sms’jes stromen vlot binnen. De videowall in DeMineen is nog maar enkele maanden in gebruik en wordt hoofdzakelijk gebruikt voor muziekclips tijdens de lunchpauze. In de toekomst willen we het scherm vaker inschakelen voor interactieve acties zoals deze”.