Godenslaap (Erwin Mortier)

Ik heb altijd gehuiverd voor de daad van het beginnen.
Voor het eerste woord, de eerste aanraking. De onrust wanneer zich de eerste zin moet vormen, en na de eerste de tweede. De onrust, en de opwinding, alsof je de wade wegtrekt waaronder een lichaam rust: slapend, of dood.
Er is ook het verlangen, of de wensdroom, de pen om te smeden tot een ploegschaar en een pas beschreven vel weer blank te ploegen, dwars op de regels, voor na voor.

Het muntstuk dat de Oude Grieken onder de tong van hun overledenen staken, als rol voor de veerman die hen naar de overkant van de Styx moest varen, diende in haar ogen een ander doel: het ging om zwijggeld.

God was de dam die de mensen opgeworpen hadden om de fatale ontmoeting met de bodemloosheid van hun eigen verlangen te voorkomen

Als we niet weten wat we niet weten, bestaat het niet.

Geef een reactie