Nietzsches Tranen (I.D. Yalom)

“Niemand verlangt er uit zichzelf naar een ander te helpen, gelooft hij; mensen willen juist alleen maar domineren en hun eigen macht vergroten. De weinige keren dat hij zijn macht aan iemand anders heeft afgestaan is hij diep ongelukkig en woedend geworden. Dat is gebeurd in het geval van Richard Wagner”. (Lou Salomé over Nietzsche, p23)

“Ik wou dat alle vrienden eerlijk waren! Het leven zou er rijker en echter op worden” (F.N., p26)

“Onze vriendschap heeft zich verdiept. Ik vermoed dat we altijd vrienden zullen blijven. We hebben geen geheimen voor elkaar: we lezen zelfs elkaars dagboek.” (Nietzsche over Paul Rée, p31)

“Te veel autoriteit, te veel prestigieuze meningen en conclusies onderdrukken iemands eigen vindingrijke, synthetische vermogens.” (F.N., p59)

“Het is niet de waarheid die heilig is, maar het zoeken naar iemand eigen waarheid! Kan er iets heiligers bestaan dan zelfonderzoek? Een van mijn granieten zinnen is: “Word wie je bent1“. En hoe kan iemand erachter komen wie en wat hij is zonder de waarheid?” (F.N., p77)

“Hoop is het kwaadste der kwaden omdat zij de marteling verlengt.2” (F.N., p78)

“We zijn elkaar zo dierbaar dat niets onze vriendschap en broederschap lijkt te belemmeren en we alleen gescheiden zijn door een kleine voetbrug” (F.N., p96)

“Het is de moed om mezelf te zijn die het belangrijkste is.” (F.N., p107)

“We werkelijke vraag is: tegen hoeveel waarheid ben ik bestand?” (F.N., p110)

“Zoals geen mens vrij is van angst, zo ontkomt niemand aan leed wanneer een vriendschap is mislukt. Of aan de pijn van eenzaamheid. Eenzaamheid is een broedplaats van ziekte” (J.B., p112)

“U houdt van de begeerte en niet van de begeerde3.” (F.N., p119)

“Angsten zijn als sterren – altijd aanwezig, maar onzichtbaar in het felle daglicht.” (F.N., p186)

“Ik heb veel mensen gekend die een hekel aan zichzelf hebben en dit trachten te veranderen door eerst anderen over te halen een goede dunk van hen te krijgen.” (F.N., p188)

“Bijna niemand ontkomt aan de pijn van de liefde. Goethe wist dat en daarom is het lijden van de jonge Werther zo sterk: zijn liefdesverdriet had te maken met de waarheid van ieder mens.” (J.B., p223)

“Ik geloof dat het leven een vonk is tussen twee identieke leegten, de duisternis voor de geboorte en die na de dood.” (J.B., p256)

“Leef wanneer je leeft! De dood verliest zijn verschrikking als je sterft wanneer je je leven vervolmaakt! Als je niet in het juiste moment leeft, kun je nooit op het juiste moment sterven.” (F.N., p266)

“Heb je je leven geleefd? Heb je ervan gehouden? Of het betreurd? Heb je het helemaal opgebruikt?” (F.N., p267)

“Sta je niet hulpeloos toe te kijken, treuren om het leven dat je nooit geleefd hebt?” (F.N., p267)

Geef een reactie