Meneer Ibrahim (E-E. Schmidt)

‘Meneer Ibrahim, als ik zeg dat glimlachen iets is voor rijke mensen, dan bedoel ik dat het iets is voor gelukkige mensen.’ “Nou, dat heb je mis, hoor. Van glimlachen wordt je juist gelukkig.” (p27)

“Momo, het is heel goed dat je naar meisjes gaat die het voor geld doen. De eerste paar keer moet je altijd naar beroeps gaan, want zij verstaan het vak. Daarna, als je het ingewikkeld gaat maken, als je er gevoelens bij gaat halen, kun je genoegen nemen met amateurs” (p35)

“Kijk, Momo, de Seine is dol op bruggen – net een vrouw die gek is op armbanden” (p37)

“Maar als het strikt naleven van de wet betekende advocaatje spelen, zoals mijn vader, met zo’n bleek gezicht en zo’n trieste sfeer in huis, dan was ik liever tegen het legalisme.” (p30)

“Wat was er zo verschrikkelijk aan mij? Wat had ik dan toch waardoor het onmogelijk was van mij te houden?” (p47)

“Op school bedacht ik dat ik geen seconde te verliezen had: ik moest absoluut verliefd worden. Ik moest mezelf bewijzen dat iemand van mij kon houden.” (p49)

“Jouw liefde voor haar is van jou, die kan niemand jou afnemen. Ook al wijst ze die liefde af, ze kan er niets aan veranderen. Ze profiteert er alleen niet van, dat is alles. ” (p52)

Ik besefte dat joden, moslims en zelfs christenen een heleboel beroemde personen gemeen hadden gehad voordat ze elkaar de hersens gingen inslaan. (p54)

Het hart van de mens is al een vogel die opgesloten zit in de kooi van het lichaam. (p80)

Geef een reactie